Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.Procesverloop
2.Feiten
3.Verzoeken
4.Standpunten
5.Beoordeling
6.Beslissing
Arnhem-Leeuwarden.
Rechtbank Noord-Nederland
De moeder verzocht de rechtbank om haar te belasten met het gezag over haar minderjarige kind, dat sinds 2020 bij pleegouders woont. De voogdij rustte op een gecertificeerde instelling (GI) vanwege eerdere zorgen over de opvoedingssituatie. De moeder heeft een stabielere thuissituatie en wil het gezag en de omgang met het kind uitbreiden.
De GI, pleegouders, vader en Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) stelden dat het kind gebaat is bij continuïteit en stabiliteit in het pleeggezin, waar hij zich volledig heeft gehecht en een positieve ontwikkeling doormaakt. Er bestaat gegronde vrees dat toewijzing van het verzoek de belangen van het kind zou schaden door onduidelijkheid over het perspectief en het hechtingsproces te verstoren.
De rechtbank oordeelde dat ondanks de verbeterde thuissituatie van de moeder, het belang van het kind prevaleert en dat het perspectief bij de pleegouders ligt. De moeder blijft recht houden op contact en informatie. De omgangsregeling wordt voorlopig niet aangepast, maar partijen zullen in overleg de mogelijkheden voor uitbreiding onderzoeken.
De rechtbank wees het verzoek af en benadrukte het belang van rust, continuïteit en vertrouwen voor het welzijn van de minderjarige.
Uitkomst: Het verzoek van de moeder tot herstel in het gezag over de minderjarige wordt afgewezen wegens gegronde vrees voor verwaarlozing van de belangen van het kind.