Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1
hij in of omstreeks de periode van 1 maart tot en met 13 april 2021 te [adres] , gemeente Emmen tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand/perceel aan de [adres] ) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 14130,6 gram hennep en/of ongeveer 198, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet
2
hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2019 tot en met 13 april 2021, te
[adres] , gemeente Emmen tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, hoeveelheden en/of een hoeveelheid stroom, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [bedrijf 1] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
3
hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2019 tot en met 13 april 2021 te
[adres] , gemeente Emmen tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, hoeveelheden en/of een hoeveelheid water, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan het bedrijf [bedrijf 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
De rechtbank constateert dat in de periode in het onder 1 ten laste gelegde feit slechts één jaartal staat genoemd. De rechtbank begrijpt de tenlastelegging zo dat aan verdachte onder 1 ten laste is gelegd de periode van 1 maart 2021 tot en met 13 april 2021. De verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.