Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
hierna te noemen [de minderjarige] .
gevestigd te Leeuwarden,
[de pleegouders],
1.De beoordeling
2.De beslissing
Arnhem-Leeuwarden.
Rechtbank Noord-Nederland
De rechtbank Noord-Nederland ontving op 10 mei 2023 een brief van een minderjarige die verzocht om bij haar moeder te mogen wonen en hierover met de kinderrechter in gesprek te gaan. De rechtbank informeerde de voogd over dit verzoek en onderzocht de juridische mogelijkheden.
De rechtbank stelde vast dat het verzoek van de minderjarige niet valt onder de onderwerpen waarop een kind zelfstandig een beslissing van de kinderrechter kan vragen, zoals bepaald in artikel 1:377g van het Burgerlijk Wetboek. Bovendien heeft de moeder geen gezag meer over de minderjarige; dit is overgedragen aan een voogd.
Daarom verklaarde de rechtbank het verzoek niet-ontvankelijk en besloot zij geen gesprek met de minderjarige aan te gaan om onnodige hoop en onrust te voorkomen. De minderjarige werd geadviseerd haar wens aan de voogd kenbaar te maken. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open binnen drie maanden.
Uitkomst: Het verzoek van de minderjarige tot wijziging van haar hoofdverblijfplaats wordt niet-ontvankelijk verklaard.