Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[verdachte] ,
Tenlastelegging
Beoordeling van het bewijs
Bewezenverklaring
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde Het bewezen verklaarde levert op:
Strafbaarheid van verdachte
Procesafspraken
1Uit het arrest van de Hoge Raad van 27 september 2022 volgt echter dat procesafspraken geen afbreuk doen aan de autonome positie van de strafrechter. Hij is niet gebonden om overeenkomstig de procesafspraken te beslissen. De strafrechter blijft er namelijk verantwoordelijk voor dat de behandeling en de beoordeling van de strafzaak plaatsvinden overeenkomstig de daarvoor geldende regelingen, in het bijzonder artikelen 348 en 350 Sv, en de eisen van een eerlijk proces, zoals neergelegd in art. 6 EVRM Pro. Het voorgaande brengt met zich dat de strafrechter uitsluitend acht kan slaan op gemaakte procesafspraken indien gewaarborgd is dat wordt voldaan aan de eisen uit art. 6 EVRM Pro. Deze waarborg is in het bijzonder van belang omdat doorgaans in procesafspraken wordt opgenomen dat verdachte afziet van het uitoefenen van bepaalde verdedigingsrechten. De Hoge Raad heeft in zijn arrest een aantal aandachtspunten geformuleerd aan de hand waarvan de strafrechter die waarborg kan toetsen. De strafrechter dient daarbij te onderzoeken of verdachte in de concrete omstandigheden van het geval vrijwillig, op basis van voldoende en duidelijke informatie en terwijl hij zich bewust was van de rechtsgevolgen, is gekomen tot de ondubbelzinnige beslissing mee te werken aan het afdoeningsvoorstel en de daarmee gepaard gaande afstand van verdedigingsrechten.
2Om dit te kunnen onderzoeken is in beginsel vereist dat verdachte ter terechtzitting aanwezig is en wordt bijgestaan door een advocaat.
Strafmotivering
Benadeelde partij
- 99 duiven à € 1.500,00 per duif € 148.500,00
- Duif [naam 1] € 80.000,00
Toepassing van wetsartikelen
Uitspraak
De rechtbank
een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden.
Benadeelde partij
[benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2]gezamenlijk te betalen in totaal: - het bedrag van €
228.5(zegge: tweehonderdachtentwintigduizend vijfhonderd euro);
- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 29 november 2021 tot de dag van algehele voldoening;
- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerleggingvan de uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.
[benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2]aan de Staat te betalen een bedrag van €
228.500,00(zegge: tweehonderdachtentwintigduizend vijfhonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 november 2021 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.
365dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.