Daarnaast is de wettelijke rente gevorderd vanaf de datum waarop de schade is ontstaan en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering gedeeltelijk toewijsbaar is. Met betrekking tot de eerste schadepost heeft de officier van justitie aangevoerd dat het gevorderde bedrag van € 1.500,00 per duif redelijk is en voldoende is onderbouwd. De officier van justitie gaat uit van 96 gestolen duiven waaronder duif [naam 1] , waardoor de vordering gematigd dient te worden tot een bedrag van € 142.500,00 (95 duiven à € 1.500,00 per duif). Ten aanzien van de schadepost die betrekking heeft op duif [naam 1] heeft de officier van justitie de rechtbank verzocht gebruik te maken van haar schattingsbevoegdheid. De officier van justitie heeft zich voorts op het standpunt gesteld dat de vordering hoofdelijk dient te worden toegewezen, met oplegging van de wettelijke rente en de schadevergoedingsmaatregel.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk in zijn vordering dient te worden verklaard, wegens gebrek aan onderbouwing van de vordering. De bevindingen van de taxateur niet zijn onderbouwd met stukken op grond waarvan op objectieve wijze de waarde van de duiven zou kunnen worden vastgesteld. Bovendien heeft de raadsman de onafhankelijkheid van de taxateur ter discussie gesteld nu hij de benadeelde partij lijkt te kennen. Schorsing van het onderzoek ter terechtzitting om de benadeelde partij de hoogte van de schade alsnog aan te laten tonen, zal volgens de raadsman leiden tot een onevenredige belasting van het strafgeding.
Oordeel van de rechtbank
Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk dat de benadeelde partij de gestelde schade heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het bewezenverklaarde feit. De rechtbank is daarnaast van oordeel dat de behandeling van de vordering geen onevenredige belasting van het strafgeding oplevert, nu de vordering voldoende is onderbouwd.
De vordering van de benadeelde partij is onderbouwd met een taxatiebrief die is opgesteld door
[naam 2] , namens [bedrijf] Van de zijde van de verdediging is in algemene zin verweer gevoerd tegen de bruikbaarheid van deze taxatie. In de taxatiebrief is door [naam 2] een schatting gemaakt van de waarde van de weggenomen duiven. Deze waarde is bepaald aan de hand van onder meer de stambomen van de weggenomen duiven, een vergelijking met een andere top duif van de benadeelde partij die in 2019 is verkocht en de gemiddelde verkoopprijs van andere duiven van de benadeelde partij. Naar het oordeel van de rechtbank bevat de taxatie daarmee voldoende gegevens aan de hand waarvan de waarde van de weggenomen duiven op objectieve wijze kan worden vastgesteld. De enkele omstandigheid dat [naam 2] de benadeelde partij kent, doet naar het oordeel van de rechtbank geen afbreuk aan zijn professionaliteit en zijn deskundig oordeel. De rechtbank begrijpt dat de (top)duivenwereld in de Benelux een kleine wereld is, waarbinnen iedereen elkaar kent. De rechtbank ziet geen aanleiding om aan de inhoud van de taxatiebrief te twijfelen en acht de genoemde bedragen redelijk. Temeer omdat in de brief is aangegeven dat geen rekening is gehouden met de omstandigheid dat de weggenomen duiven meer waard hadden kunnen zijn, gelet op goed presterende nazaten. Evenmin is rekening gehouden met de mogelijke waardevermeerdering van relatief jonge duiven die nog meer prestaties hadden kunnen behalen. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de vordering tot schadevergoeding door middel van de taxatiebrief voldoende is onderbouwd. De rechtbank zal de vordering, overeenkomstig de taxatie, dan ook volledig toewijzen voor zowel de 99 duiven (à € 148.500,00) als voor Duif [naam 1] (à € 80.000,00).
Hoofdelijkheid
De rechtbank stelt vast dat verdachte het strafbare feit samen met anderen heeft gepleegd en dat zij naar civielrechtelijke maatstaven hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade. De rechtbank zal daarom bepalen dat verdachte de schadevergoeding niet meer aan de benadeelde partij hoeft te betalen indien zijn medeverdachten deze al hebben betaald, en andersom.
Schadevergoedingsmaatregel
Nu de aansprakelijkheid van verdachte vaststaat, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat verdachte de schade zal vergoeden.
Veroordeling in de kosten
De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.
Wettelijke rente
De rechtbank zal de gevorderde wettelijke rente over het toegewezen schadebedrag toewijzen vanaf de datum van het ontstaan van de schade, te weten 29 november 2021. Ook ten aanzien van de schadevergoedingsmaatregel zal dit worden bepaald.