ECLI:NL:RBNNE:2023:2862
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken van voldoende steunbewijs bij ontuchtige handelingen
De rechtbank Noord-Nederland behandelde op 13 juli 2023 de zaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van het plegen van ontuchtige handelingen op of omstreeks 25 augustus 2019 tegen een minderjarig familielid. Het openbaar ministerie vorderde een gevangenisstraf van zes maanden, waarvan drie voorwaardelijk.
Het bewijs bestond uit de aangifte van het slachtoffer, verklaringen van haar ouders en e-mailcorrespondentie tussen verdachte en de vader van het slachtoffer. Verdachte ontkende de beschuldigingen volledig. De rechtbank oordeelde dat zedenzaken bewijstechnisch complex zijn en dat slechts één getuigenverklaring niet voldoende is voor een veroordeling zonder steunbewijs.
De verklaringen van de ouders waren gebaseerd op horen zeggen en boden onvoldoende steun. De e-mails bevestigden de ontkenning van verdachte. Gezien het ontbreken van concreet en noodzakelijk steunbewijs sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten.
De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot schadevergoeding omdat het feit niet bewezen werd geacht. Beide partijen dragen hun eigen proceskosten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van voldoende steunbewijs.