Uitspraak
RECHTBANK Noord-Nederland
1.[A] ,
[B] ,
[C] ,
[D] ,
Rechtbank Noord-Nederland
De erfgenamen van de heer V vorderen dat gedaagde aansprakelijk wordt gesteld wegens onrechtmatig handelen in haar hoedanigheid als executeur van de nalatenschap. Gedaagde verkocht de aandelen van de nalatenschap in de vennootschap X aan zichzelf voor een bedrag van € 958,00, terwijl de waarde van de aandelen € 172.618,00 bedroeg. De rechtbank stelt vast dat gedaagde niet bevoegd was als executeur op te treden omdat de vereffeningsprocedure gevolgd had moeten worden vanwege onvoldoende baten in de nalatenschap.
De overdracht van de aandelen aan gedaagde is daarom ongeldig en de aandelen behoren nog steeds tot de nalatenschap. Hoewel gedaagde het legaat op de aandelen heeft aanvaard, had zij eerst de nalatenschap moeten vereffenen. Het volgen van mogelijk onjuiste adviezen ontslaat haar niet van aansprakelijkheid. De rechtbank verklaart voor recht dat gedaagde aansprakelijk is wegens onrechtmatige daad jegens de nalatenschap.
De gevorderde schadevergoeding wordt afgewezen omdat de aandelen nog steeds tot de nalatenschap behoren en er dus geen schade is geleden. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten van € 7.098,39. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde handelde onrechtmatig door ten onrechte als executeur op te treden; aandelenoverdracht ongeldig; gedaagde aansprakelijk wegens onrechtmatige daad.