De zaak betreft een civiele procedure waarin eiseres [A] Veilig Thuis verwijt onzorgvuldig onderzoek te hebben verricht naar vermeende psychische mishandeling van haar moeder en onrechtmatig te hebben gehandeld door het onderzoeksrapport met derden te delen.
Veilig Thuis ontving een melding van [A] over mishandeling door haar broers en zus, waarna een uitgebreid onderzoek volgde met gesprekken met de moeder, familieleden, huisarts, zorgverleners en politie. Het rapport concludeerde dat de mishandeling niet door de broers en zus plaatsvond, maar dat het gedrag van [A] zelf psychische schade veroorzaakte bij haar moeder. [A] betwistte deze conclusies en stelde dat hoor en wederhoor niet goed was toegepast.
De rechtbank oordeelt dat hoor en wederhoor wel heeft plaatsgevonden en dat de onderzoeksconclusies redelijk zijn, mede gezien de medische verklaring en eerdere rechterlijke beschikking over de wilsbekwaamheid van de moeder. Het delen van het rapport met familie en professionals was geoorloofd en noodzakelijk voor de veiligheid van de moeder. De vorderingen van [A] worden afgewezen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten.