Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het primair ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een taakstraf van 240 uren en een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van één jaar.
Standpunt van de verdediging
De raadsman kan zich vinden in de eis van de officier van justitie.
Oordeel van de rechtbank
Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting, het uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging.
De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Verdachte heeft op 10 juli 2022 een verkeersongeval veroorzaakt waardoor [slachtoffer] om het leven is gekomen. Verdachte heeft tijdens het rijden onvoldoende opgelet en meerdere signalen die aangaven dat hij een voorrangsweg naderde niet gezien. Verdachte was zich daardoor in het geheel niet bewust van de kruisende weg waarop de heer [slachtoffer] met zijn echtgenote reed en is zonder snelheid te minderen de kruisende weg opgereden. Hierdoor is een botsing ontstaan tussen de auto van verdachte en de auto van de heer [slachtoffer] en zijn echtgenote. Verdachte had beter op moeten letten en zijn rijgedrag aan moeten passen aan de situatie ter plaatse.
Door de onoplettendheid van verdachte is de heer [slachtoffer] overleden en is diep en onherstelbaar leed toegebracht aan de nabestaanden van de heer [slachtoffer] . De echtgenote van de heer [slachtoffer] heeft in haar schriftelijke slachtofferverklaring, die ter terechtzitting door haar advocaat is voorgelezen, op invoelbare wijze verwoord wat het abrupte verlies van haar partner, met wie zij haar leven 42 jaar heeft gedeeld, voor haar betekent. De rechtbank realiseert zich dat geen enkele straf recht kan doen aan het gemis dat de nabestaanden hun leven lang nog zullen ervaren.
Verdachte heeft verantwoordelijkheid genomen voor zijn handelen en ter terechtzitting zijn spijt en medeleven betuigd aan de echtgenote van de heer [slachtoffer] . Ook heeft hij er blijk van gegeven dat het verkeersongeval en in het bijzonder de gevolgen daarvan hem niet onberoerd laten. De wetenschap dat door zijn handelen iemand is overleden en onherstelbaar leed is toegebracht, valt verdachte zwaar.
Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank de binnen de rechtspraak ontwikkelde oriëntatiepunten voor straftoemeting als uitgangspunt genomen. Deze oriëntatiepunten nemen in geval van het veroorzaken van een verkeersongeval met de dood als gevolg door een aanmerkelijke verkeersfout tot uitgangspunt een taakstraf van 240 uren en een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen gedurende één jaar.
De rechtbank ziet aanleiding in enige mate af te wijken van dit oriëntatiepunt en de eis van de officier van justitie. Hoewel verdachte, zoals gezegd, meerdere signalen dat hij een voorrangsweg naderde over het hoofd heeft gezien, weegt de rechtbank ook mee dat de verkeerssituatie zeer onduidelijk en onoverzichtelijk was. Immers, aan het begin van de weg waarop verdachte reed stond een bord dat het een doodlopende weg betrof. Verdachte heeft verklaard dat hij daardoor geen andere, kruisende weg meer verwachtte, hetgeen voorstelbaar is. De aangebrachte bebording creëerde een verwarrende situatie waarbij het verdachte bij de kruising met de voorrangsweg niet was toegestaan om linksaf, rechtsaf of rechtdoor zijn weg te vervolgen, terwijl een ander borden hem juist gebood rechtdoor te gaan over de kruisende weg en daarbij, zoals gezegd, voorrang te verlenen aan verkeer op die kruisende weg. Tot slot was door het enigszins oplopende wegdek en de relatief hoge bermbegroeiing aan weerskanten van de weg waarop verdachte reed, de aanwezigheid van (de kruising met) de voorrangsweg die verdachte naderde, slecht waarneembaar. Ondanks dat één en ander niet wegneemt dat verdachte onvoldoende acht heeft geslagen op de signalen die hem waarschuwde voor de naderende voorrangsweg, ziet de rechtbank in voornoemde omstandigheden aanleiding om het uitgangspunt van 240 uren taakstraf te matigen tot een taakstraf voor de duur van 150 uren. Daarnaast zal de rechtbank een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen opleggen voor de duur van één jaar.