ECLI:NL:RBNNE:2023:3204
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontnemingsvordering wegens onvoldoende bewijs wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij
De officier van justitie vorderde ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ter hoogte van €4.997.485,00 in verband met een bewezenverklaarde hennepkwekerij in Emmen. De vordering betrof de periode van 1 mei 2021 tot en met 17 juni 2021, waarin veroordeelde medepleger was van het telen van hennep.
Tijdens de procedure heeft de verdediging aangevoerd dat het onmogelijk is dat veroordeelde voordeel heeft genoten in de bewezenverklaarde periode, omdat de oogst nog niet had plaatsgevonden en betaling pas na oogst zou volgen. De officier van justitie heeft dit standpunt onderschreven en de ontnemingsvordering ingetrokken.
De rechtbank heeft geoordeeld dat op basis van de beperkte bewezenverklaarde periode, de aanwezige bewijsmiddelen en de verklaringen onvoldoende aannemelijk is geworden dat veroordeelde daadwerkelijk voordeel heeft genoten. Daarom is de ontnemingsvordering afgewezen.
De uitspraak is gedaan door de meervoudige strafkamer van de Rechtbank Noord-Nederland op 1 augustus 2023. De vordering van de officier van justitie is afgewezen, waarmee de verplichting tot betaling van het gevorderde bedrag komt te vervallen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de ontnemingsvordering af wegens onvoldoende bewijs dat veroordeelde voordeel heeft genoten.