De rechtbank Noord-Nederland behandelde op 23 maart 2023 een wrakingsverzoek van verzoeker tegen kantonrechter mr. E.Th.M. Zwart-Sneek. Verzoeker stelde dat de rechter vooringenomen was omdat zij tijdens een eerdere zitting haar verbazing had uitgesproken over een eerdere beschikking en de indruk wekte het tweede verzoek te zullen afwijzen.
Tijdens de wrakingszitting lichtte verzoeker, bijgestaan door zijn zoon, toe dat zij zich niet voldoende gehoord voelden en dat de rechter vanaf het begin van de zitting een negatieve houding had. De rechter was afwezig bij de wrakingszitting maar had schriftelijk verweer gevoerd.
De rechtbank concludeerde dat de schijn van vooringenomenheid aanwezig was, mede omdat verzoeker en zijn zoon niet door een advocaat werden bijgestaan en de rechter had aangegeven dat het tweede verzoek waarschijnlijk zou worden afgewezen. Dit wekt een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.
Daarom werd het wrakingsverzoek toegewezen en werd de beslissing onverwijld aan alle betrokken partijen medegedeeld.