De rechtbank Noord-Nederland behandelde op 26 januari 2023 het verzoek van de officier van justitie tot verlenging van de PIJ-maatregel van een veroordeelde die sinds 2019 in een inrichting voor jeugdigen verblijft. De maatregel was eerder al verlengd en het verzoek betrof nu een verlenging van zes maanden.
De instelling adviseerde de PIJ-maatregel voorwaardelijk te beëindigen vanwege het beperkte pedagogische beïnvloedbaarheidsvermogen van de veroordeelde, die een licht verstandelijke beperking en antisociale persoonlijkheidsstoornis heeft. De psychiater en psycholoog stelden een hoog recidiverisico vast, maar zagen weinig effect van verdere behandeling binnen de PIJ-maatregel. De reclassering adviseerde een verlenging van zes maanden om de begeleiding beter te positioneren.
De verdediging betoogde dat de veroordeelde uitbehandeld is en dat een voorwaardelijke beëindiging passend is, eventueel met een korte verlenging van drie maanden. De rechtbank oordeelde dat de maatregel verlengd kan worden en dat de veiligheid dit vereist, maar dat de PIJ-maatregel niet langer het passende kader is. Daarom verlengde de rechtbank de maatregel met drie maanden en gaf opdracht aan de reclassering om voorwaarden voor een voorwaardelijke beëindiging op te stellen, waarbij de adviezen van de psychiater en psycholoog betrokken moeten worden.
De rechtbank benadrukte het belang van duidelijke voorwaarden voor de beëindiging en stelde dat de reclassering deze tijdig moet aanleveren. De beslissing werd genomen met het oog op het waarborgen van de veiligheid en het faciliteren van een verantwoord overgangstraject voor de veroordeelde.