Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het onder 1 en 2 ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf die gelijk is aan de duur van het reeds ondergane voorarrest, te weten 41 dagen.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft gepleit ten aanzien van het tenlastegelegde een geldboete op te leggen, nu verdachte zijn leven op de rit heeft en in het verlengde daarvan niet afgeweken dient te worden van de strafvorderingsrichtlijnen van het openbaar ministerie en de oriëntatiepunten voor straftoemeting van de rechtspraak.
Oordeel van de rechtbank
Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting en de rapportages van de reclassering, het uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging.
De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van 24 munitiepatronen en het opzettelijk aanwezig hebben van 6,34 gram cocaïne. Zowel de munitie als de harddrugs zijn tijdens een vervoersfouillering onder hem aangetroffen. Het ongecontroleerde bezit van munitiepatronen brengt onaanvaardbare risico’s met zich mee, nu dergelijke munitie in wapens in het criminele circuit kunnen worden gebruikt en derhalve een bedreiging voor de veiligheid van de samenleving vormen. Ook heeft verdachte met het bezit van de verdovende middelen bijgedragen aan de instandhouding van onderliggende criminaliteit, namelijk het drugscircuit en de vele daarmee gepaard gaande vormen van criminaliteit. De rechtbank neemt verdachte dit kwalijk.
Uit het reclasseringsrapport van 30 juni 2023 volgt dat reclasseringsinterventies niet zijn geïndiceerd. De reclassering heeft aangegeven dat geen toezicht kan worden gehouden op de naleving van eventuele bijzondere voorwaarden, doordat verdachte op Curaçao woonachtig is en slechts incidenteel in Nederland verblijft. Daarnaast heeft de reclassering geen adequate inschatting kunnen maken van de risico's, maar zijn op diverse leefgebieden geen grote problemen geconstateerd.
Uit het uittreksel van de justitiële documentatie van 22 juni 2023 blijkt dat verdachte recentelijk niet is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten.
Gelet op de aard en de ernst van het bewezenverklaarde acht de rechtbank in beginsel, voor wat betreft beide feiten, de oplegging van een geldboete aangewezen. De rechtbank zal voor het bepalen van de hoogte van de straf de landelijke oriëntatiepunten van het LOVS als uitgangspunt nemen. Deze schrijven, in geval van het voorhanden hebben van minder dan vijftig patronen (scherpe) munitie en het aanwezig hebben van minder dan tien gram harddrugs, geldboetes ter hoogte van gemiddeld € 1.000,- voor. De rechtbank ziet reden om van voornoemd geldbedrag het equivalente gedeelte van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, nu verdachte reeds 41 dagen in voorarrest heeft doorgebracht en zodoende de oplegging van een andere strafsoort niet meer passend en geboden is.
Alles afwegende acht de rechtbank oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 20 dagen passend en geboden, met aftrek van het reeds ondergane voorarrest.