Eiser heeft beroep ingesteld tegen de gedeeltelijke afwijzing van zijn aanvraag om vergoeding van schade aan zijn woning door mijnbouwactiviteiten. Het Instituut Mijnbouwschade Groningen had de aanvraag grotendeels afgewezen, maar het bezwaar leidde tot een gedeeltelijke toekenning voor schades 2, 3, 6 en 11.
De rechtbank oordeelt dat het Instituut terecht niet bevoegd is om schade 1 te behandelen, omdat deze schade eerder door de NAM is behandeld. Voor schades 10, 12 en 13 is het bewijsvermoeden door het Instituut weerlegd met deskundigenrapporten die een autonome oorzaak zoals betonkrimp aannemelijk maken. Eiser bracht geen concrete aanwijzingen tegen deze conclusies naar voren.
Voor de herstelkosten van schades 2, 3, 6 en 11 is het bestreden besluit ontoereikend. De rechtbank volgt het aanvullende advies van deskundige Kleine en kent een hogere vergoeding toe. Tevens veroordeelt de rechtbank het Instituut tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser. Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd voor zover het de schadevergoeding en wettelijke rente betreft.