Uitspraak
en
Rechtbank Noord-Nederland
Verzoekers hebben beroep ingesteld tegen besluiten van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heerenveen waarin handhavingsverzoeken met betrekking tot de bouw van twaalf waterlodges zijn afgewezen. De voorzieningenrechter heeft de verzoeken om een voorlopige voorziening behandeld en beoordeeld of onverwijlde spoed bestaat om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter constateert dat de beroepsprocedures nog lopen en dat er geen zittingen zijn gepland. Verzoekers stelden dat er sprake is van overlast door de waterlodges, illegale activiteiten door de derde-partij en het niet naleven van de handhavingsplicht door het college. Tevens vrezen zij dat een nieuw bestemmingsplan de waterlodges zal legaliseren.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de overlast niet voldoende is onderbouwd met stukken en niet zodanig ernstig is dat onmiddellijk ingrijpen noodzakelijk is. Ook het betoog dat het college zijn handhavingsplicht niet nakomt en het gebrek aan vertrouwen in het college rechtvaardigt geen spoedeisendheid. De mogelijke gevolgen van het nieuwe bestemmingsplan zijn niet onomkeerbaar en vallen buiten het bereik van de voorlopige voorziening.
Daarom wijst de voorzieningenrechter de verzoeken om voorlopige voorziening af en ziet geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 10 augustus 2023.
Uitkomst: De verzoeken om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van handhavingsverzoeken worden afgewezen wegens het ontbreken van onverwijlde spoed.