ECLI:NL:RBNNE:2023:3646
Rechtbank Noord-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Wrakingsverzoek tegen wrakingskamer wegens vermeende termijnoverschrijding afgewezen
Verzoeker diende op 11 augustus 2023 een wrakingsverzoek in tegen de wrakingskamer die een andere wrakingsprocedure behandelde waarbij verzoeker partij was. Het verzoek betrof een vermeende overschrijding van de wettelijke termijn van twee weken voor het nemen van een beslissing door de wrakingskamer.
De rechtbank overwoog dat op grond van artikel 8:15 Awb Pro een rechter kan worden gewraakt indien feiten of omstandigheden objectief aantonen dat de rechter onpartijdig is of dat er een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid bestaat. De rechtbank stelde vast dat er geen wettelijke beslistermijn geldt voor wrakingsverzoeken, zodat de stelling van verzoeker niet opgaat.
Verder ontbraken concrete feiten of omstandigheden die een aanwijzing voor vooringenomenheid van de wrakingskamer zouden vormen. Daarom werd het verzoek kennelijk ongegrond verklaard en zonder zitting afgewezen. De procedure waarin het wrakingsverzoek was ingediend wordt voortgezet zoals deze was ten tijde van het verzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is kennelijk ongegrond verklaard en afgewezen zonder zitting.