ECLI:NL:RBNNE:2023:3721
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Toewijzing vordering tot achterwege laten voorwaardelijke invrijheidstelling wegens hoog recidiverisico
De veroordeelde is bij onherroepelijk arrest veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf jaar en een eerdere straf van twee weken. De voorlopige datum van voorwaardelijke invrijheidstelling was vastgesteld op 9 juli 2023. De officier van justitie verzocht de rechtbank om de voorwaardelijke invrijheidstelling achterwege te laten vanwege het ernstige misdragen van de veroordeelde tijdens detentie, waaronder verbale agressie, bedreiging van personeel en positieve urinecontroles.
De reclassering rapporteerde dat de veroordeelde niet meewerkt aan noodzakelijke verdiepingsdiagnostiek, waardoor een passend plan van aanpak en behandeling niet kunnen worden vastgesteld. Er is sprake van agressieproblematiek, beperkte emotieregulatie en een hoog risico op recidive en het onttrekken aan voorwaarden. De veroordeelde bevindt zich sinds detentie in het basisprogramma en toont onvoldoende motivatie voor re-integratie.
De verdediging stelde dat de veroordeelde al lang genoeg vastzit en dat hij bereid is mee te werken aan diagnostiek en behandeling na vrijlating. De rechtbank oordeelde echter dat zonder diagnostiek onvoldoende voorwaarden kunnen worden gesteld om het recidiverisico te beperken. Gezien het hoge risico en de weigering van de veroordeelde om mee te werken, is de vordering van het OM tot het achterwege laten van de voorwaardelijke invrijheidstelling toegewezen.
Uitkomst: De vordering tot het achterwege laten van de voorwaardelijke invrijheidstelling wordt toegewezen vanwege het hoge recidiverisico en het niet naleven van voorwaarden door de veroordeelde.