Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.Het verloop van de procedure
- de vader, bijgestaan door mr. M.R. Rauwerda;
- [naam jeugdzorgwerker] , namens de GI.
Rechtbank Noord-Nederland
De zaak betreft een verzoek van de Gecertificeerde Instelling (GI) om vervangende toestemming te verkrijgen voor het aanvragen van een Nederlands reisdocument voor een minderjarige die in een pleeggezin verblijft en onder toezicht is gesteld.
De ouders maken bezwaar omdat zij menen dat de vakantie van drie weken met de pleegouders de lopende ouderschapsbeoordeling onaanvaardbaar doorkruist. De kinderrechter weegt het belang van het kind en de pleegouders af en concludeert dat het recht op vakantie met de verzorgers zwaarder weegt dan het bezwaar van de ouders.
De kinderrechter overweegt dat de vakantie het ouderschapsbeoordelingstraject niet onnodig belemmert en dat contact tussen het kind en de ouders tijdens de vakantie via beeldbellen mogelijk is. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de vervangende toestemming wordt verleend.
Uitkomst: Vervangende toestemming verleend voor aanvraag reisdocument zodat pleegkind met pleegouders op vakantie kan.