Eiseres exploiteert een camping met een centrumgebouw en 17 personeelsverblijven, elk met eigen voorzieningen. Verweerder legde voor 2021 14 aanslagen rioolheffing op: één voor het centrumgebouw en 13 voor de personeelsverblijven. Eiseres betwistte de afzonderlijke aanslagen voor de personeelsverblijven, stellende dat deze samen met het centrumgebouw één eigendom vormen en dat de Verordening rioolheffing in strijd is met de Gemeentewet.
De rechtbank oordeelde dat elk personeelsverblijf als zelfstandig gedeelte met eigen voorzieningen kan worden aangemerkt, maar dat deze gedeelten samen met het centrumgebouw een samenstel vormen dat als één eigendom moet worden beschouwd. Hierdoor mochten niet afzonderlijk aanslagen worden opgelegd voor de personeelsverblijven.
De rechtbank verwierp het beroep op strijdigheid van de Verordening met hogere regelgeving en het gelijkheidsbeginsel omdat eiseres geen vergelijkbare gevallen had aangedragen. De 13 aanslagen voor de personeelsverblijven werden vernietigd en verweerder werd veroordeeld in de proceskosten van eiseres.