ECLI:NL:RBNNE:2023:4179
Rechtbank Noord-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing opheffing faillissement vof en voorlopige vaststelling curatorensalaris
De vennootschap onder firma (vof) is sinds 9 februari 2016 failliet verklaard. De curator heeft namens de boedel een vordering ingediend bij de WSNP van de vennoten, die beiden zijn toegelaten tot de wettelijke schuldsanering natuurlijke personen (WSNP). De rechter-commissaris verzocht de rechtbank het faillissement op te heffen en het salaris van de curator vast te stellen op het aanwezige boedelactief.
De rechtbank oordeelt dat het verzoek tot opheffing prematuur is omdat de WSNP-verificatievergadering nog moet plaatsvinden en de afwikkeling van de vordering nog niet is afgerond. De taak van de curator is daarmee nog niet voltooid. Wel stelt de rechtbank het salaris van de curator voorlopig vast, rekening houdend met de reeds uitgekeerde voorschotten en het huidige boedelsaldo, conform de Recofa-richtlijnen.
De curator kan later, indien de uitkering uit de WSNP substantieel blijkt, verzoeken om een herziening van het salaris. De rechtbank laat de toetsing van de salarisvordering binnen de WSNP buiten beschouwing omdat die onder de WSNP-regeling valt.
De beschikking is gegeven door voorzitter Duinkerken en leden Bootsma en Huizinga en op 5 oktober 2023 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het verzoek tot opheffing van het faillissement wordt afgewezen en het salaris van de curator wordt voorlopig vastgesteld op €50.047,95 exclusief btw.