ECLI:NL:RBNNE:2023:4212
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Toewijzing vordering tot ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel van veroordeelde
De rechtbank Noord-Nederland heeft op 10 oktober 2023 uitspraak gedaan in een zaak waarin de officier van justitie vorderde dat veroordeelde een bedrag van €322.105,60 aan wederrechtelijk verkregen voordeel zou betalen. Dit bedrag was gebaseerd op 20 oogsten hennep en kosten van €77.894,40. De verdediging stelde dat het aantal oogsten moest worden verminderd tot 15 vanwege mislukte oogsten en dat de opbrengst per kilogram lager was.
De rechtbank baseerde haar oordeel op het vonnis van de meervoudige strafkamer en een rapport van 17 augustus 2020. Zij nam 15 geslaagde oogsten als uitgangspunt en een opbrengst van €3.800 per kilogram hennep, wat niet door het OM werd betwist. De kosten werden naar rato verlaagd tot €58.420,80. De totale opbrengst werd berekend op €386.118,- met kosten van €58.420,80, wat resulteerde in een totaal wederrechtelijk verkregen voordeel van €327.697,20.
De rechtbank oordeelde dat de veroordeelde samen met zijn broer dit voordeel had genoten en dat het bedrag gedeeld moest worden. Hierdoor kwam de betalingsverplichting voor de veroordeelde op €163.848,60. Hoewel de redelijke termijn voor de beslissing met meer dan een jaar was overschreden, vond de rechtbank dat dit reeds voldoende was gecompenseerd in het strafvonnis. De rechtbank legde ook een maximale gijzelingstermijn van 664 dagen vast.
De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer bestaande uit drie rechters en is gebaseerd op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.
Uitkomst: De veroordeelde is verplicht tot betaling van €163.848,60 aan de staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.