ECLI:NL:RBNNE:2023:4213
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Toewijzing vordering ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel van hennepkwekerij
De rechtbank Noord-Nederland heeft op 10 oktober 2023 uitspraak gedaan in de zaak tegen de veroordeelde, waarbij de officier van justitie een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit de opbrengst van een hennepkwekerij heeft ingesteld. De officier van justitie vorderde een bedrag van €322.105,60, gebaseerd op 20 oogsten en kosten van €77.894,40. De verdediging betwistte de omvang van de vordering en stelde dat er minder succesvolle oogsten waren en dat de kosten hoger waren.
De rechtbank baseerde haar oordeel op het vonnis van de meervoudige strafkamer en een rapport van 17 augustus 2020. Zij hield rekening met 15 geslaagde oogsten en een opbrengst van €3800 per kilogram hennep, zoals door de medeveroordeelde was verklaard. De totale opbrengst werd berekend op €386.118,- en de kosten op €58.420,80, wat resulteerde in een totaal wederrechtelijk verkregen voordeel van €327.697,20.
Gezien het feit dat de veroordeelde samen met zijn broer voordeel had genoten, werd het bedrag door twee gedeeld, waardoor de betalingsverplichting op €163.848,60 werd vastgesteld. De rechtbank constateerde een overschrijding van de redelijke termijn van meer dan een jaar, maar achtte dit reeds gecompenseerd bij de strafoplegging. De rechtbank legde tevens een maximale gijzelingstermijn van 664 dagen vast.
Uitkomst: De rechtbank legt een betalingsverplichting van €163.848,60 op ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit hennepteelt.