ECLI:NL:RBNNE:2023:4221

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
16 oktober 2023
Publicatiedatum
16 oktober 2023
Zaaknummer
10645524 \ VV EXPL 23-52
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Artikel 2 Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing ontruiming woning ondanks aanwezigheid minderjarige kinderen zonder acute noodsituatie

In deze civiele zaak vordert Stichting Lefier de ontruiming van een woning die wordt bewoond door minderjarige kinderen van de gedaagden. De kinderen verblijven inmiddels bij een kennis omdat het gehuurde is afgesloten van elektriciteit. Lefier stelt dat er geen acute noodsituatie zal ontstaan bij ontruiming en benoemt mogelijke voorzieningen zoals crisisopvang en verlenging van de ontruimingstermijn.

Confidio, als bewindvoerder van de gedaagden, overlegt medische indicaties en diagnoses van de minderjarige kinderen maar geeft geen inschatting van de gevolgen van ontruiming. De voorzieningenrechter oordeelt dat onvoldoende is gebleken dat ontruiming een acute noodsituatie veroorzaakt.

De rechter concludeert dat de aanwezigheid van de minderjarige kinderen geen beletsel vormt voor ontruiming en wijst de vordering toe met een ontruimingstermijn van veertien dagen. Tevens worden buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten toegewezen aan Lefier. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De ontruiming van de woning wordt toegewezen met een termijn van veertien dagen, omdat geen acute noodsituatie voor de minderjarige kinderen is gebleken.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Assen
Zaaknummer: 10645524 \ VV EXPL 23-52
Vonnis in kort geding van 16 oktober 2023
in de zaak van
STICHTING LEFIER,
kantoorhoudende te Groningen,
eisende partij,
gemachtigde: mr. I. van Ast,
tegen
CONFIDIO B.V.in haar hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen en gelden van
[gedaagde
1]en
[gedaagde 2]te [woonplaats] ,
gevestigd en kantoorhoudende te Drachten,
gedaagde partij, procederend in persoon.
Partijen zullen hierna Lefier en Confidio worden genoemd.
De rechthebbenden, [gedaagde 1] en [gedaagde 2] , zullen gezamenlijk worden aangeduid als [gedaagden] dan wel ieder afzonderlijk als [gedaagde 1] en [gedaagde 2] .

1.Het verdere verloop van de procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 25 september 2023 (ECLI:NL:RBNNE:2023:3872
- de brief van Confidio van 3 oktober 2023;
- de brief van Confidio van 5 oktober 2023;- de akte uitlating van Lefier van 9 oktober 2023; - de bij de stukken gevoegde producties.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald op vandaag.

2.De verdere beoordeling

2.1.
De voorzieningenrechter heeft partijen bij tussenvonnis van 25 september 2023 in de gelegenheid gesteld zich bij akte uit te laten over de vraag hoe kan worden voorkomen dat bij ontruiming, indien toegewezen, een acute noodsituatie voor de minderjarige kinderen van [gedaagden] zal ontstaan. Lefier stelt bij akte - samengevat - dat zij, met het voorshandse oordeel van de voorzieningenrechter, van mening is dat van een acute noodsituatie voor de minderjarige kinderen na ontruiming niet is gebleken. Voorts stelt Lefier dat de situatie voor de kinderen bij ontruiming niet verandert. De kinderen verblijven al enige tijd bij een kennis van [gedaagden] , [naam] (hierna [naam] ), omdat het gehuurde is afgesloten van de elektriciteit. Ook na ontruiming kunnen zij bij [naam] blijven. Tot slot benoemt Lefier welke voorzieningen kunnen worden getroffen om te voorkomen dat voor de minderjarige kinderen een acute noodsituatie zal ontstaan. Lefier benoemt crisisopvang via OGGZ, tijdelijke opvang binnen het netwerk van [gedaagden] via De Toegang Emmen, het verlengen van de ontruimingstermijn met maximaal twee weken of een noodwoning voor de duur van maximaal twee maanden. Daarbij merkt zij wel op dat
het in de eerste plaats aan [gedaagden] zelf is om ter voorkoming van een acute noodsituatie voorzieningen te treffen voor hun minderjarige kinderen. Het is verder aan [gedaagden] om bij eventuele ontruiming te stellen en te bewijzen dat voor de minderjarige kinderen een noodsituatie ontstaat. Confidio heeft bij brief van 3 oktober 2023 documentatie overgelegd waaruit de indicatie van de minderjarige kinderen blijkt. Tevens heeft zij bij brief van 5 oktober 2023 een overzicht van de diagnoses van de minderjarige kinderen overgelegd. Confidio heeft aangegeven dat het onbekend is of de minderjarige kinderen voor langere tijd bij [naam] kunnen verblijven en of, mocht dat niet het geval zijn, er een andere opvangplek beschikbaar is.
2.2.
De voorzieningenrechter overweegt als volgt.
2.3.
Confidio heeft stukken overgelegd waaruit blijkt dat de minderjarige kinderen van [gedaagden] zijn gediagnosticeerd. Daarmee is komen vast te staan, voor zover dat al werd betwist, dat de minderjarige kinderen een indicatie hebben. Confidio heeft evenwel nagelaten zich bij akte uit te laten over een inschatting van de gevolgen van een eventuele ontruiming voor de minderjarige kinderen. Daar staat tegenover dat Lefier gemotiveerd heeft betwist dat er bij ontruiming een acute noodsituatie voor de minderjarige kinderen zal ontstaan en bovendien heeft Lefier benoemd welke voorzieningen voor de minderjarige kinderen zo nodig kunnen worden getroffen ter voorkoming van het ontstaan van een acute noodsituatie. De voorzieningenrechter is, gelet op het voorgaande, van oordeel dat niet is gebleken dat bij ontruiming voor de minderjarige kinderen een acute noodsituatie zal ontstaan. Dat leidt tot de conclusie dat de aanwezigheid van de minderjarige kinderen van [gedaagden] in het gehuurde aan toewijzing van de gevorderde ontruiming niet in de weg staat. De voorzieningenrechter is dan ook van oordeel dat het in voldoende mate aannemelijk is dat de bodemrechter, indien haar oordeel wordt gevraagd, tot ontbinding en ontruiming van het gehuurde zal overgaan. De daarop vooruitlopende vordering in kort geding tot ontruiming van de woning is daarom toewijsbaar.
2.4.
De gevorderde ontruimingstermijn zal worden bepaald op veertien dagen na betekening van het vonnis.
2.5.
Lefier heeft onweersproken gesteld dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Gesteld noch gebleken is dat niet is voldaan aan het vereiste dat sprake moet zijn van redelijke kosten die in redelijkheid zijn gemaakt. De gevorderde buitengerechtelijke kosten zullen worden toegewezen tot ten hoogste het bedrag van de wettelijke staffel zoals vermeld in artikel 2 van Pro het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten, zijnde een bedrag van € 462,50.
2.6.
Confidio zal, als de in het ongelijk te stellen partij, worden veroordeeld in de proceskosten. De kosten aan de zijde van Lefier worden als volgt vastgesteld:
- exploot € 129,14
- griffierecht € 128,00
- salaris gemachtigde
€ 529,00Totaal € 786,14
2.7.
De meegevorderde nakosten zullen worden toegewezen zoals hierna bij de beslissing nader omschreven. De gevorderde rente over de proceskosten en de nakosten is toewijsbaar.

3.De beslissing

De kantonrechter, oordelende als voorzieningenrechter:
3.1.
veroordeelt Confidio in haar hoedanigheid van bewindvoerder van [gedaagden] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis de woning aan de [adres] [woonplaats] , met al hetgeen [gedaagden] toebehoort te ontruimen en verlaten en ontruimd en verlaten te houden met achterlating van al hetgeen [gedaagden] niet in eigendom toebehoort en onder afgifte van de sleutels ter algehele en vrije beschikking te stellen aan Lefier;
3.2.
veroordeelt Confidio in haar hoedanigheid van bewindvoerder van [gedaagden] in de buitengerechtelijke incassokosten begroot op € 462,50, te vermeerderen met de wettelijke rente over de verschuldigde kosten indien deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving worden betaald;
3.3.
veroordeelt Confidio in haar hoedanigheid van bewindvoerder van [gedaagden] in de kosten van deze procedure, tot op heden aan de zijde van Lefier begroot op € 786,14, alsmede in de nakosten begroot op een bedrag van € 99,50, te vermeerderen met de wettelijke rente over de verschuldigde proceskosten indien deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving worden betaald;
3.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. G.J.J. Smits en in het openbaar uitgesproken op 16 oktober 2023.
cp:48299