ECLI:NL:RBNNE:2023:4222
Rechtbank Noord-Nederland
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Gemeente moet Wmo-melding verder behandelen en pgb doorbetalen na onterecht niet-ontvankelijk verklaren bezwaar
Verzoekster had een persoonsgebonden budget (pgb) voor begeleiding op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) en vroeg om voortzetting hiervan. De gemeente stuurde een emailbericht waarin werd gesteld dat verzoekster eerst een aanvraag op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz) moest doen, waarna de Wmo-aanvraag niet verder zou worden behandeld. Verzoekster maakte bezwaar tegen dit bericht en vroeg een voorlopige voorziening.
De gemeente verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat het emailbericht geen besluit zou zijn. De voorzieningenrechter oordeelde echter dat het emailbericht wel een besluit is omdat het rechtsgevolgen heeft: de gemeente doet niets met de melding zolang de Wlz-aanvraag niet is afgerond. Hierdoor bleef de Wmo-aanvraag liggen en kreeg verzoekster geen beslissing over haar pgb.
De voorzieningenrechter vernietigde het besluit van niet-ontvankelijkheid en herroept het emailbericht. De gemeente moet de melding verder behandelen en concreet onderbouwen waarom eerst een Wlz-aanvraag nodig is. Tevens werd een voorlopige voorziening getroffen waarbij de gemeente het pgb voor begeleiding van zes uur per week ongewijzigd doorbetaalt van 1 oktober 2023 tot 1 januari 2024.
Verder is afgesproken dat een gemeente-arts zal onderzoeken of een Wlz-aanvraag zinvol is, waarbij verzoekster aan medewerking wordt gehouden. De voorzieningenrechter veroordeelde de gemeente tot vergoeding van de proceskosten van verzoekster.
Uitkomst: De voorzieningenrechter verklaart het beroep gegrond, vernietigt het besluit van niet-ontvankelijkheid, herroept het emailbericht en bepaalt dat de gemeente de Wmo-melding verder moet behandelen en het pgb voorlopig moet doorbetalen.