Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.Het verdere verloop van de procedure
2.Verzoeken
3.Beoordeling
4.De beslissing
Arnhem-Leeuwarden.
Rechtbank Noord-Nederland
De rechtbank Noord-Nederland behandelde het verzoek tot ontkenning van het vaderschap van een man over een minderjarige, waarbij tevens een verzoek tot vaststelling van een omgangsregeling werd beoordeeld. De vrouw had het verzoek tot ontkenning van het vaderschap ingediend, maar werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege overschrijding van de wettelijke termijn. De bijzondere curator diende namens de minderjarige een tijdig verzoek in, dat door de rechtbank werd ontvangen.
DNA-onderzoek door Bureau Verilabs toonde aan dat de man niet de biologische vader is van de minderjarige. De man betwistte dit, maar de rechtbank vond geen reden om aan de juistheid van het onderzoek te twijfelen. De rechtbank oordeelde dat het juridisch vaderschap ontkend moet worden, conform de biologische werkelijkheid.
Ten aanzien van het omgangsverzoek stelde de rechtbank vast dat de man geen nauwe persoonlijke betrekking meer heeft met de minderjarige, die sinds 2019 bij haar moeder woont en inmiddels een andere vaderfiguur heeft. De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde afwijzing van het omgangsverzoek, wat de rechtbank volgde omdat omgang niet in het belang van het kind is.
De rechtbank veroordeelde de vrouw tot betaling van de kosten van het DNA-onderzoek, aangezien zij cruciale informatie over de afstamming pas laat in de procedure bekendmaakte. De werkzaamheden van de bijzondere curator werden beëindigd. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en er is mogelijkheid tot hoger beroep binnen drie maanden.
Uitkomst: Het vaderschap van de man wordt ontkend en het verzoek tot omgang wordt afgewezen.