ECLI:NL:RBNNE:2023:4439
Rechtbank Noord-Nederland
- Bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om schadevergoeding wegens geen onrechtmatig besluit door UWV
Verzoeker heeft het UWV op 24 januari 2023 verzocht om schadevergoeding naar aanleiding van een beslissing van het regionaal tuchtcollege voor de gezondheidszorg. Op 22 maart 2023 diende verzoeker een verzoekschrift in bij de rechtbank om het UWV te veroordelen tot schadevergoeding. De rechtbank behandelde het verzoek op 21 september 2023.
De rechtbank overweegt dat het onrechtmatige besluit waarop het verzoek is gebaseerd het besluit van 29 mei 2020 betreft, waarbij het UWV het bezwaar van verzoeker tegen een eerdere toekenning van een loongerelateerde WGA-uitkering gedeeltelijk heeft herroepen. Verzoeker stelde dat het handelen van een verzekeringsarts een onrechtmatige handeling ter voorbereiding van dit besluit vormt.
De rechtbank stelt vast dat partijen op 15 mei 2020 een vaststellingsovereenkomst hebben gesloten waarin is afgesproken dat de toekenning van uitkeringen niet voortvloeit uit een onrechtmatig besluit, maar uit de behoefte aan finale geschilbeslechting. Het besluit van 29 mei 2020 erkent geen onrechtmatigheid en er is geen rechterlijke uitspraak die dat vaststelt. Daarom is er geen sprake van een onrechtmatig besluit in de zin van artikel 8:88 Awb Pro.
Op grond hiervan wijst de rechtbank het verzoek om schadevergoeding af. Verzoeker heeft geen recht op vergoeding van schade, griffierecht of proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter T.A. Oudenaarden en griffier S.I. Havinga op 27 oktober 2023.
Uitkomst: Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen omdat het bestreden besluit niet onrechtmatig is.