ECLI:NL:RBNNE:2023:445
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Polen onder Dublinverordening
De eiser, een Jemenitische asielzoeker, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel in Nederland. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Polen volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Polen had een verzoek tot terugname van de zaak geaccepteerd.
Eiser voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer geldt vanwege ernstige tekortkomingen in de Poolse rechtsstaat, waaronder een gebrek aan onafhankelijke rechterlijke macht en slechte detentieomstandigheden. Ook stelde hij dat het solidariteitsbeginsel Nederland zou moeten verplichten de aanvraag zelf te behandelen vanwege de druk op Polen door de oorlog in Oekraïne.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake is van een reëel risico op onmenselijke of vernederende behandeling in Polen. De Poolse autoriteiten houden zich naar het oordeel van de rechtbank aan hun verdragsverplichtingen, en het interstatelijk vertrouwensbeginsel blijft van toepassing. Ook het beroep op het solidariteitsbeginsel faalde omdat dit beginsel niet door een vreemdeling kan worden ingeroepen en geen juridische grondslag biedt voor het overnemen van de asielaanvraag.
De rechtbank concludeerde dat de staatssecretaris terecht de aanvraag niet in behandeling heeft genomen en de overdracht aan Polen mag effectueren. Het beroep werd ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag mag worden overgedragen aan Polen.