ECLI:NL:RBNNE:2023:4464
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen erkenning en tenuitvoerlegging confiscatiebeslissing België
Veroordeelde stelde beroep in tegen de erkenning en tenuitvoerlegging van een confiscatiebeslissing van de rechtbank Limburg-Tongeren (België) tot inning van €46.000. Hij voerde aan dat verstek onterecht was verleend omdat hij niet op de hoogte was van de zitting en niet tijdig geïnformeerd was over de uitspraak, waardoor hoger beroep niet mogelijk was.
De rechtbank toetste het beroep op grond van artikel 39 WWETGC Pro en Verordening (EU) 2018/1805. Uit het confiscatiecertificaat en de akte van uitreiking bleek dat veroordeelde het bevel en de bijlagen, inclusief informatie over het recht op hoger beroep, op 27 mei 2020 persoonlijk had ontvangen. Veroordeelde had geen nieuw proces of hoger beroep ingesteld binnen de gestelde termijn.
De rechtbank overwoog dat zij niet mag treden in het buitenlandse rechtsgeding en dat de officier van justitie redelijk heeft gehandeld. De facultatieve weigeringsgrond van artikel 19 lid 1 sub g Verordening Pro 2018/1805 is niet van toepassing omdat de procedure aan de uitzonderingen voldoet.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en werd de erkenning en tenuitvoerlegging van de confiscatiebeslissing bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van veroordeelde tegen de erkenning en tenuitvoerlegging van de Belgische confiscatiebeslissing wordt ongegrond verklaard.