Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.Het procesverloop
- [minderjarige] , bijgestaan door mr. R.P. Snorn;
Rechtbank Noord-Nederland
De zaak betreft een verzoek van de Gecertificeerde Instelling (GI) tot machtiging voor gesloten jeugdhulp voor een minderjarige geboren in 2006, die verblijft op een crisisinterventiegroep en onder toezicht staat van de GI.
De GI signaleert ernstige zorgen over het netwerk van de minderjarige, met vermoedens van drugsgebruik, loverboyproblematiek en onveiligheid. De minderjarige vertoont zelfbepalend gedrag, gaat niet naar school, heeft geen positieve dagbesteding en onttrekt zich aan gezag en jeugdhulp. Er zijn dertien vermissingen geregistreerd, waarbij zij vaak niet open is over haar verblijfplaats.
De minderjarige betwist enkele zorgen en vindt een machtiging gesloten jeugdhulp te ingrijpend. Zij staat open voor hulp en wil een voorwaardelijke machtiging met afspraken over contact met haar vriend. De moeder steunt het verzoek vanwege het ontbreken van vertrouwen en het niet nakomen van afspraken.
De kinderrechter oordeelt dat aan de wettelijke vereisten voor gesloten jeugdhulp is voldaan. Gezien de ernst van de situatie, het ontbreken van zicht op de minderjarige en het falen van eerdere afspraken, is een voorwaardelijke machtiging onvoldoende. De machtiging wordt voor zes maanden verleend om veiligheid en behandeling te waarborgen en perspectief te bieden.
Een familiegroepsplan is niet toegestaan vanwege de concrete bedreigingen in de ontwikkeling van de minderjarige.
Uitkomst: Machtiging gesloten jeugdhulp voor zes maanden verleend om veiligheid en behandeling van de minderjarige te waarborgen.