De rechtbank Noord-Nederland behandelde op 8 mei 2023 verzoeken van de Raad voor de Kinderbescherming en het Regiecentrum Bescherming en Veiligheid betreffende een minderjarige geboren in 2006. De minderjarige was eerder voorlopig onder toezicht gesteld en verbleef op een geheime locatie in een gesloten setting. De Raad voor de Kinderbescherming verzocht om ondertoezichtstelling voor één jaar vanwege ernstige zorgen over fysieke en psychische mishandeling en bedreigingen voor de identiteitsontwikkeling. De ouders erkenden de zorgen niet en wilden dat de minderjarige naar huis terugkeerde.
De kinderrechter oordeelde dat de minderjarige ernstig in haar ontwikkeling wordt bedreigd door blootstelling aan geweld, verstoorde ouder-kindrelaties en culturele conflicten. Gezien de uiteenlopende visies en het ontbreken van contact, achtte de rechter een gedwongen kader noodzakelijk en stelde de minderjarige onder toezicht voor één jaar.
Daarnaast verleende de rechtbank een machtiging gesloten jeugdhulp voor drie maanden, omdat de veiligheid van de minderjarige op een open groep onvoldoende gewaarborgd kon worden en zij niet terug naar huis wilde. De machtiging is bedoeld om vanuit een veilige setting met de gecertificeerde instelling de verdere zorg te organiseren. De rechtbank wees het verzoek af om de machtiging uitvoerbaar bij voorraad te verklaren omdat dit al automatisch het geval is.