Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNNE:2023:4677

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
14 september 2023
Publicatiedatum
14 november 2023
Zaaknummer
189943
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6.1.2 Jeugdwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening machtiging gesloten jeugdhulp voor minderjarige tot november 2023

De zaak betreft het verzoek van de voogd tot verlenging van een machtiging gesloten jeugdhulp voor een minderjarige geboren in 2006. De eerdere machtiging van drie maanden liep af, maar vanwege ernstige problemen en het weglopen van de minderjarige werd verlenging noodzakelijk geacht.

De minderjarige liep tijdens begeleid verlof opnieuw weg en was ruim een maand vermist. Zij gaf aan onder invloed te staan van een 42-jarige man met wie zij een relatie onderhoudt. De voogd stelde dat binnen de gesloten instelling onvoldoende aan het behandeltraject kon worden gewerkt en dat verlenging noodzakelijk is om bescherming en behandeling te bieden.

De minderjarige stemde in met verlenging maar wenste een kortere periode en een open setting. De kinderrechter oordeelde dat aan de wettelijke vereisten voor verlenging is voldaan en verlengde de machtiging tot 4 november 2023, een maand na afloop van de lopende machtiging, om tijd te bieden voor het vinden van een geschikte vervolgplek.

Er werd ook gesproken over een mogelijke voorwaardelijke machtiging bij overplaatsing naar een open setting, waarvoor een nieuw verzoek moet worden ingediend. Het hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak.

Uitkomst: De machtiging gesloten jeugdhulp voor de minderjarige wordt verlengd tot 4 november 2023.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling privaatrecht
Locatie Leeuwarden
zaakgegevens : C/17/189943 / JE RK 23-554
datum uitspraak: 14 september 2023
beschikking machtiging gesloten jeugdhulp
in de zaak van
het Regiecentrum Bescherming en Veiligheid,hierna te noemen de voogd,
gevestigd te Leeuwarden,
betreffende
[minderjarige], geboren op [geboortedag] 2006 te [plaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] .

1.Het verdere procesverloop

1.1.
Bij beschikking van 4 juli 2023, waarvan de inhoud hier als overgenomen en ingelast
moet worden beschouwd, heeft de kinderrechter een machtiging gesloten jeugdhulp
verleend voor de duur van drie maanden en de beslissing op het verzoek voor het overige
aangehouden tot de zitting met gesloten deuren op 14 september 2023.
1.2.
Na 4 juli 2023 heeft de kinderrechter kennis genomen van een brief met bijlagen van de voogd, ingekomen bij de griffie op 31 augustus 2023.
1.3.
Op 14 september 2023 heeft de kinderrechter de behandeling van de zaak voortgezet ter zitting met gesloten deuren. Gehoord zijn:
  • [minderjarige] , bijgestaan door mr. M.R. Rauwerda,
  • namens de voogd, de heer [naam] en mevrouw [naam] .

2.Het verzoek

2.1.
De voogd handhaaft het verzoek een machtiging gesloten jeugdhulp te verlenen tot aan de meerderjarigheid van [minderjarige] , te weten tot 14 januari 2024.
2.2.
De voogd voert het volgende aan. Kort na de vorige zitting is [minderjarige] tijdens een begeleid verlof opnieuw weggelopen en zij is vervolgens ruim een maand 'zoek' geweest. Op 21 augustus heeft [minderjarige] zelf contact opgenomen met de voogd. Zij zou zijn weggelopen omdat de situatie bij Elker onhoudbaar voor haar werd. Zij zou in elkaar worden geslagen door andere jongeren die bij Elker verblijven. [minderjarige] heeft verklaard in Brabant te zijn geweest, maar veel duidelijkheid geeft ze er niet over. Ze geeft aan vooral binnen in een huis te hebben gezeten. Ook gaf zij aan dat de 42-jarige man, waar zij eerder is gevonden, nog steeds haar vriend is en dat als zij achttien jaar is, zij met hem wil gaan samenwonen. [minderjarige] is vervolgens door de voogd opgehaald en weer naar Elker gebracht. De voogd stelt zich op het standpunt dat een langere gesloten plaatsing noodzakelijk is. De voogd is van mening dat er in de afgelopen periode onvoldoende mogelijkheden zijn geweest om binnen Elker aan het traject van [minderjarige] te kunnen werken, nu [minderjarige] ruim een maand vermist is geweest. [minderjarige] staat sterk onder invloed van de 42-jarige man, bij wie zij ook tijdens haar vermissing heeft overnacht. De voogd heeft nog onvoldoende kunnen samenwerken met [minderjarige] om een geschikte vervolgplek voor haar te vinden. Wel is [minderjarige] inmiddels aangemeld bij ’s Heeren Loo. De voogd heeft de intentie om een 3 milieu-voorziening voor [minderjarige] te vinden waar ze kan wonen, werken en begeleiding kan krijgen voor als zij meerderjarig is. [minderjarige] heeft echter aangegeven dat zij op een vervolgplek geen behandeling meer wil en een vervolgplek in Friesland of even daarbuiten wil, zodat zij regelmatig naar haar haar vriend toe kan gaan. De voogd is van mening dat er sprake is van een ongelijkwaardige relatie tussen [minderjarige] en deze 42-jarige man en zal voor de tweede keer aangifte doen van onttrekking van [minderjarige] aan het gezag van de voogd. Binnen de gesloten voorziening bij Elker zal allereerst moeten worden ingezet op behandeling en begeleiding van [minderjarige] om los te komen van deze 42-jarige man waar zij een relatie mee onderhoudt en tegelijkertijd kan er gezocht worden naar een geschikte vervolgplek waar zij voldoende bescherming en begeleiding kan krijgen. Desgevraagd kan de voogd instemmen met een toewijzing van het verzoek voor de duur van één maand na afloop van de lopende machtiging, omdat de voogd ervan uit gaat dat er dan wel een geschikte vervolgplek voor [minderjarige] zal zijn gevonden.

3.Het standpunt van de belanghebbende

Door en namens [minderjarige] wordt ingestemd met het verzoek. [minderjarige] begrijpt wel dat de voogd het verzoek tot verlenging van de machtiging gesloten jeugdhulp heeft gedaan, nu zij is weggelopen en een maand 'zoek' is geweest. [minderjarige] stemt echter niet in met de verzochte duur van het verzoek. De plaatsing van [minderjarige] bij Elker voelt onveilig voor haar, onder andere door pesterijen van een aantal groepsgenoten. [minderjarige] heeft daarom de keuze gemaakt om weg te lopen. Maar met het oog op haar toekomst heeft ze ook zelf de keuze gemaakt om weer contact op te nemen met de voogd om haar op te halen en terug te brengen naar Elker. [minderjarige] wil graag naar een open setting en is druk bezig met het zoeken naar een geschikte vervolgplek. [minderjarige] zou graag naar de JP van den Bent in [plaats] willen. Hier krijgt zij de nodige ondersteuning en begeleiding. [minderjarige] wil graag laten zien dat zij het in het open kader ook goed kan doen. Namens [minderjarige] wordt om een korte verlenging van de machtiging gesloten jeugdhulp verzocht voor de duur van (hooguit) een maand.

4.De beoordeling

4.1.
Gelet op het bepaalde in artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet kan een machtiging gesloten jeugdhulp slechts worden verleend indien naar het oordeel van de kinderrechter deze jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren. Bovendien dienen de opneming en het verblijf noodzakelijk te zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken.
4.2.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de gronden uit artikel 6.1.2. Jeugdwet is voldaan en zal de machtiging gesloten jeugdhulp verlengen. De kinderrechter onderschrijft de zorgen van de voogd over (de ontwikkeling van) [minderjarige] . In de afgelopen periode is [minderjarige] opnieuw weggelopen en het is geruime tijd onduidelijk geweest waar zij verbleef, met wie en onder welke omstandigheden. De kinderrechter acht dat zorgelijk. De zorgen rechtvaardigen dat [minderjarige] langer in een gesloten setting verblijft, zodat zij kan worden beschermd. Daar tegenover staat dat [minderjarige] over een paar maanden meerderjarig wordt en daarmee in beginsel de jeugdhulp eindigt. In dat kader is het wenselijk dat [minderjarige] de komende maanden, onder regie en begeleiding van de voogd, kan werken aan zelfstandigheid en het beschermd wonen. De kinderrechter ziet aan [minderjarige] dat zij bezig is met haar toekomst en meedenkt over een geschikte vervolgplek. Dit is een positieve ontwikkeling. Tegelijkertijd is tot nu toe steeds gebleken dat [minderjarige] wel wil, maar zich als het erop aankomt onttrekt aan de hulp die zij nodig heeft om straks als volwassene zelf haar leven in te richten. Gelet op het voorgaande is de kinderrechter van oordeel dat een langere gesloten plaatsing van [minderjarige] noodzakelijk is, in afwachting van een geschikte plek waar zij na haar 18e verjaardag kan wonen. Tot die tijd moet [minderjarige] beschermd kunnen worden tegen zichzelf en moet het gedrag dat haar in onveilige situaties brengt worden voorkomen. Wel ziet de kinderrechter aanleiding om het verzoek toe te wijzen voor een kortere periode dan verzocht, namelijk tot een maand na afloop van de lopende machtiging gesloten jeugdhulp, dat wil zeggen tot 4 november 2023. De kinderrechter gaat ervan uit dat er in de komende periode meer zicht komt op een passende vervolgplek voor [minderjarige] als ook op de (rol van de) 42jarige vriend van [minderjarige] .
4.3.
Tot slot merkt de kinderrechter op dat ter zitting nog de mogelijkheid is besproken van een eventuele voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp voor [minderjarige] , zodra zij wordt overgeplaatst naar een open setting. In dat geval zal een nieuw verzoek door de voogd moeten worden gedaan.

5.De beslissing

De kinderrechter:
5.1.
verlengt de machtiging gesloten jeugdhulp betreffende de minderjarige [minderjarige] tot uiterlijk 4 november 2023;
5.2.
wijst het verzoek voor het overige af.
Deze beschikking is gegeven door mr. I. Zetstra, kinderrechter, in tegenwoordigheid van O.C.F. de Haan als griffier en in het openbaar uitgesproken op 14 september 2023. De schriftelijke uitwerking van de beschikking is vastgesteld op 28 september 2023.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Arnhem-Leeuwarden
c589