Eiser exploiteert een inrichting voor het verwerken van ijzer en non-ferrometalen en kreeg een last onder dwangsom opgelegd om een cycloon boven de shredder te plaatsen. Het college baseerde deze last op een vermeende overtreding van voorschrift 3.1.1. van de omgevingsvergunning en artikel 2.1 van de Wabo.
De rechtbank constateert dat de cycloon niet boven de shredder, maar aan het einde van de shredderlijn was geplaatst, wat in strijd is met de vergunningstekening. Echter, het voorschrift 3.1.1. schrijft niet voor dat de cycloon boven de shredder moet zijn geplaatst. Hierdoor is de last onder dwangsom onjuist gegrond en gaat deze verder dan het ongedaan maken van de overtreding.
Daarnaast oordeelt de rechtbank dat het persbericht geen besluit is en dat de openbaarmaking van een notitie zonder zienswijzemogelijkheid wel een besluit is, maar dat het gebrek aan zienswijze niet tot benadeling van eiser heeft geleid. De stelling van eiser dat een mondelinge last onder bestuursdwang is opgelegd wordt verworpen wegens onvoldoende bewijs.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond voor zover het de last onder dwangsom betreft, vernietigt dat onderdeel van het besluit en draagt het college op binnen 12 weken een nieuw besluit te nemen. Tevens krijgt eiser vergoeding van griffierecht en proceskosten.