ECLI:NL:RBNNE:2023:4897

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
28 november 2023
Publicatiedatum
28 november 2023
Zaaknummer
18-005065-20
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging bijzondere voorwaarden en afwijzing tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf wegens kwetsbaarheid veroordeelde

De rechtbank Noord-Nederland behandelde op 28 november 2023 het verzoek van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging van de resterende zes maanden van een voorwaardelijke gevangenisstraf die was opgelegd bij vonnis van 10 juli 2020. Veroordeelde had zich niet gehouden aan de bijzondere voorwaarden, waaronder de meldplicht en opname in een instelling voor begeleid wonen.

Tijdens de zitting op 14 november 2023 werd een reclasseringsadvies besproken waarin werd geadviseerd het toezicht te beëindigen vanwege het niet naleven van voorwaarden. De raadsman verzocht om wijziging van de bijzondere voorwaarden, met name het schrappen van de opname in een instelling, vanwege de kwetsbaarheid van de veroordeelde en de negatieve invloed van medebewoners.

De rechtbank oordeelde dat hoewel veroordeelde de voorwaarden niet heeft nageleefd, zijn kwetsbare situatie, jonge leeftijd en het feit dat hij recent niet opnieuw in aanraking is gekomen met justitie aanleiding geven om hem een laatste kans te bieden. Daarom werd de vordering tot tenuitvoerlegging afgewezen en de bijzondere voorwaarden aangepast. De rechtbank benadrukte het belang van begeleiding om recidive te voorkomen en stelde nieuwe voorwaarden vast gericht op controle, begeleiding en dagbesteding.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot tenuitvoerlegging van de resterende voorwaardelijke straf af en wijzigt de bijzondere voorwaarden.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht Locatie Leeuwarden
parketnummer 18-005065-20

Beslissing van de meervoudige strafkamer d.d. 28 november 2023 in de rechtbank Noord Nederland

in de zaak tegen

[veroordeelde]

geboren op [geboortedatum] 1999 te [geboorteplaats] , wonende aan de [adres] , thans gedetineerd in de [instelling] , hierna te noemen: veroordeelde.

Procesverloop

Bij onherroepelijk vonnis van 10 juli 2020 van de meervoudige kamer van de rechtbank Noord-Nederland te Leeuwarden, is aan veroordeelde - onder meer - een gevangenisstraf opgelegd van 42 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie
jaren. Aan veroordeelde zijn algemene en bijzondere voorwaarden opgelegd. De proeftijd is ingegaan op 25 juli 2020 en loopt tot en met 24 juli 2023.
Op 31 juli 2023 heeft de rechtbank Noord-Nederland de tenuitvoerlegging van zes maanden van de voorwaardelijke gevangenisstraf bevolen en de proeftijd verlengd met n jaar zodat deze loopt tot en met 24 juli 2024.
De officier van justitie heeft op 25 oktober 2023 schriftelijk gevorderd dat de resterende zes maanden van de voorwaardelijke gevangenisstraf ten uitvoer worden gelegd.
De behandeling heeft plaatsgevonden ter terechtzitting van 14 november 2023, waar zijn gehoord veroordeelde, zijn raadsman mr. K.E. Wielenga, advocaat te Leeuwarden en de officier van justitie, mr. H.J. Mous. Tevens is als deskundige verschenen [naam] , reclasseringsmedewerker verbonden aan het Leger des Heils.

Motivering

In het reclasseringsadvies van het Leger des Heils van 4 oktober 2023, wordt geadviseerd om het reclasseringstoezicht negatief te beindigen. Uit het reclasseringsadvies blijkt dat veroordeelde van de bij voornoemd vonnis opgelegde bijzondere voorwaarden, de meldplicht en de opname in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang, niet heeft nageleefd. Ook niet nadat hij voor het niet naleven van de meldplicht een schriftelijke waarschuwing heeft gehad.
De deskundige, heer [naam] , heeft ter zitting van 14 november 2023 het advies bevestigd.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft in eerste instantie gepersisteerd bij zijn vordering.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit de vordering tot ten uitvoerlegging van de voorwaardelijke straf af te wijzen en de bijzondere voorwaarden te wijzigen, zodat dat de bijzondere voorwaarde van de opname in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang, komt te vervallen. Hij heeft daartoe samengevat- aangevoerd dat veroordeelde zich aan de opgelegde voorwaarden wil houden, hij wil alleen niet naar een beschermde woonvorm. Veroordeelde is erg benvloedbaar en gelet op het type medebewoners die hij bij een begeleide woonvorm zou tegenkomen, is de kans groot dat dat een negatieve invloed op hem heeft.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich niet verzet tegen hetgeen dat door de raadsman is bepleit.
Het oordeel van de rechtbank
Op grond van hetgeen dat uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen, is de rechtbank van oordeel dat veroordeelde de bijzondere voorwaarden, te weten de meldplicht en de opname in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang, niet heeft nageleefd. Veroordeelde heeft de bijzondere voorwaarden opgelegd gekregen voor het plegen van meerdere vermogensdelicten. Het is niet aan hem om zelf te bepalen welke bijzondere voorwaarden hij wel of niet wil naleven. De rechtbank heeft echter ook gelet op de kwetsbare persoon van veroordeelde, zijn nog relatief jonge leeftijd en het feit dat hij de afgelopen tijd niet opnieuw in aanraking is gekomen met justitie. De rechtbank acht begeleiding van veroordeelde nog steeds van belang om recidive te voorkomen. Gelet hierop zal de rechtbank veroordeelde nog een laatste kans geven. De rechtbank zal daarom de vordering tot tenuitvoerlegging van de resterende voorwaardelijke gevangenisstraf afwijzen. De rechtbank zal meegaan in het verzoek van de raadsman tot wijziging van de bijzondere voorwaarden. De bijzondere voorwaarden zullen worden gewijzigd, in die zin dat de voorwaarde van de opname in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang, komt te vervallen.
Veroordeelde zit nu zes maanden in detentie van de eerdere gedeeltelijke tenuitvoerlegging bij beslissing van 31 juli 2023. De rechtbank hoopt dat veroordeelde na het uitzitten van deze straf tot andere inzichten komt en dat hij deze laatste kans die hem wordt geboden met beide handen aanpakt en na zijn detentie de resterende bijzondere voorwaarden naleeft.

Beslissing

De rechtbank wijst de vordering van de officier van justitie af en wijzigt de bijzondere voorwaarden bij vonnis van 10 juli 2020, zodat deze thans komen te luiden:
Dat de veroordeelde zich uiterlijk binnen veertien dagen na het ingaan van de proeftijd meldt bij Legerdes Heils, Zoutbranderij 1 te Leeuwarden;
Dat de veroordeelde zich laat onderzoeken en eventueel behandelen door Humanitas of een soortgelijkezorgverlener, te bepalen door de reclassering. Het onderzoek of de behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt;
Dat de veroordeelde meewerkt aan controle van het gebruik van alcohol en drugs om hetmiddelengebruik te beheersen. De reclassering kan urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest) gebruiken voor de controle. De reclassering bepaalt hoe vaak veroordeelde wordt gecontroleerd;
Dat de veroordeelde gedurende de proeftijd een betaalde baan heeft dan wel dagbesteding volgt bij eendoor de reclassering te bepalen instelling of organisatie, voor zolang de reclassering dat noodzakelijk acht;
Dat de veroordeelde laat zich begeleiden door [instantie] of een soortgelijke instelling, zolang en zo vaakdat de reclassering nodig acht.
Deze uitspraak is gegeven door mr. B.F. Hammerle, voorzitter, mr. G.C. Koelman en mr. T.H. Kapinga, rechters, bijgestaan door mr. L.T.A. Pham, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 28 november 2023. mr. G.C. Koelman en mr. T.H. Kapinga zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.