Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen mr. M. Jansen, rechter in een civiele familierechtzaak, nadat zij een brief met een motie van wraking had gestuurd die niet tijdig door de rechter was ontvangen. De rechter had reeds een einduitspraak gedaan voordat het wrakingsverzoek formeel werd ingediend.
De wrakingskamer oordeelde dat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk was omdat de wet geen mogelijkheid biedt tot wraking nadat een einduitspraak is gedaan. Hoewel het vervelend was dat de brief van verzoekster niet tijdig was aangekomen, kon de wrakingskamer het verzoek niet ontvankelijk verklaren.
De procedure in de onderliggende zaak wordt voortgezet in de stand waarin zij zich bevond ten tijde van het indienen van het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.