De rechtbank Noord-Nederland behandelde een civiele zaak waarin eiseres, een besloten vennootschap, gedaagden aansprakelijk stelde voor nakoming van afspraken na ontbinding van een aannemingsovereenkomst. De procedure kende diverse rolbeslissingen waarbij verzoeken om mondelinge behandeling en heroverweging werden afgewezen.
De rechtbank oordeelde dat terugkomen op eerdere beslissingen alleen mogelijk is bij juridische of feitelijke misslag, welke niet was aangetoond. Eiseres vorderde wettelijke handelsrente, welke werd afgewezen omdat deze niet van toepassing is op schadevergoedingen, maar de wettelijke rente werd wel toegekend.
De rechtbank stelde vast dat partijen op 15 februari 2023 afspraken hadden gemaakt over ontbinding van de aannemingsovereenkomst, aanstelling van een bouwbegeleider, herstel van gebreken en betaling van een gefixeerde schadevergoeding. Gedaagden werden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van een bedrag van €127.766,08 plus wettelijke rente, vergoeding van afbouw- en herstelkosten boven een vastgesteld bedrag, toekomstige bouwbegeleidingskosten, maandelijkse schadevergoeding vanaf augustus 2023, beslagkosten en proceskosten.
Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde werd afgewezen. De uitspraak werd gedaan door mr. M.A.B. Faber-Siermann op 6 december 2023.