De rechtbank Noord-Nederland heeft verdachte veroordeeld voor het plegen van ontuchtige handelingen met zijn minderjarige stiefzus over een periode van meer dan zeven jaar, vanaf haar zesde levensjaar tot april 2022. De handelingen bestonden uit seksueel binnendringen met vingers en voorwerpen, likken aan de vagina, betasten van borsten en vagina, en het laten betasten en aftrekken van zijn penis door het slachtoffer.
De rechtbank achtte de feiten wettig en overtuigend bewezen op basis van de duidelijke en ondubbelzinnige bekentenis van verdachte en de verklaringen van het slachtoffer. De rechtbank oordeelde dat de handelingen met het slachtoffer beneden de twaalf jaar per definitie ontuchtig zijn en dat de handelingen met het slachtoffer tussen twaalf en zestien jaar oud in strijd zijn met de sociaal-ethische norm vanwege het aanzienlijke leeftijdsverschil, het ontbreken van een affectieve relatie en het feit dat het binnen het gezin plaatsvond.
De strafmotivering hield rekening met de ernst en duur van het misdrijf, het misbruik van vertrouwen binnen het gezin, de psychische en lichamelijke impact op het slachtoffer, en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder zijn jonge leeftijd bij aanvang en zijn openheid tijdens de zitting. De rechtbank legde een werkstraf van 150 uur op, subsidiair 75 dagen jeugddetentie, en een voorwaardelijke jeugddetentie van 3 maanden met een proeftijd van 2 jaar.
Daarnaast werd verdachte veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding aan het slachtoffer van in totaal €10.421,34, bestaande uit materiële en immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 2 april 2022. De rechtbank wees een deel van de gevorderde reiskosten af en matigde de immateriële schadevergoeding tot €10.000. De vordering tot schadevergoeding wordt opgelegd aan de staat ten behoeve van het slachtoffer, met een regeling voor wederzijdse kwijting bij betaling.