Eiser is door het CBR een Educatieve maatregel gedrag en verkeer (EMG) opgelegd naar aanleiding van een politieproces-verbaal waarin werd vastgesteld dat hij herhaaldelijk te hard heeft gereden onder ongunstige weersomstandigheden en bijna een aanrijding veroorzaakte.
Eiser erkent de snelheidsovertreding en voelt zich gestraft door de boete, het tijdelijk verlies van zijn rijbewijs en de financiële gevolgen, en vindt de EMG daarom buitensporig. Verweerder stelt dat het besluit gebaseerd is op dwingend recht en dat het vermoeden van ongeschiktheid op de rijvaardigheid terecht is vastgesteld op basis van de feiten in het proces-verbaal.
De rechtbank oordeelt dat het CBR terecht een vermoeden van ongeschiktheid heeft aangenomen op grond van de wettelijke regeling en het proces-verbaal. De rechtbank wijst erop dat er geen ruimte is voor belangenafweging of matiging van kosten. Ook de aanrijding met natuurstenen en het innemen van het rijbewijs zijn niet relevant voor het opleggen van de EMG.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiser krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter E.M. Visser op 7 december 2023.