ECLI:NL:RBNNE:2023:5170
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Terugvordering waardedalingsvergoeding wegens beklemrecht op woning
Eiser, eigenaar van de grond onder een woning waarop een beklemrecht rust, ontving ten onrechte een waardedalingsvergoeding die volgens de regeling alleen aan de eigenaar van de woning of de rechthebbende op het beklemrecht (de meier) toekomt.
Na toekenning in 2020 trok verweerder de vergoeding in 2021 terug en vorderde het bedrag terug, omdat eiser niet de eigenaar van de woning was. Eiser voerde aan dat hij als eigenaar van de grond ook recht had op vergoeding en dat verweerder het vertrouwen had gewekt dat hij recht had op de vergoeding, mede doordat het adres in de digitale portal stond.
De rechtbank oordeelt dat de regeling uitsluitend ziet op waardedaling van woningen en niet van de grond, dat eiser bekend was met het beklemrecht en dat het vertrouwen niet gerechtvaardigd was. De intrekking en terugvordering zijn volgens vaste rechtspraak toegestaan en schenden het rechtszekerheidsbeginsel niet, mede omdat de fout snel werd hersteld.
Verder oordeelt de rechtbank dat verweerder alle relevante stukken heeft verstrekt en dat het Woo-verzoek geen aanvullende stukken opleverde. Het beroep wordt ongegrond verklaard, het griffierecht wordt niet teruggegeven en er is geen vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van de waardedalingsvergoeding blijft gehandhaafd.