O: Op 5 juni 2023 ben je door de rechter-commissaris gehoord. Bij de rechter heb je verklaard dat je een telefoon hebt gestolen. En je hebt gezegd, ik citeer: :"De deur was open en we zijn naar binnen gegaan, ik en een vriend."
V: Wie is die vriend waarmee je naar binnen bent gegaan?
A: Ik ging daar alleen. (..)
O: Bij de rechter heb je verklaard dat jullie ook in een garage zijn geweest waar fietsen stonden.
V: In welke garage zijn jullie geweest?
A: Een soort garage naast het huis.
V: Het huis waar jij binnen bent geweest?
A: Ja.
V: Wat hebben jullie met de fietsen gedaan?
A: Ik heb die fietsen tussen de auto's bij de parkeerplaats gezet want die waren op slot.
V: Wat voor fietsen waren dat?
A: Electrische fietsen. Misschien zwart, ik was dronken, ik kan het me niet goed herinneren.
V: Waar stond die auto waarin jullie hebben ingebroken?
A: Naast het huis.
V: Naast het huis of voor het huis?
A: Er waren twee auto's, een voor en een naast. Ik heb al gezegd, ik heb een kapot gemaakt, daar ben ik in geweest.
V: Wie heeft auto voor het huis kapot gemaakt dan?
A: Ik.
V: Wie heeft auto naast huis kapot gemaakt?
A: Ik ging eigenlijk, ik heb dat ook gedaan. Maar dat was niet expres. Ik had die fiets uit garage gepakt en ben tegen de auto gebotst.
0: Je bent gebotst tegen de ene auto. De andere heb je opzettelijk open gebroken. V: Hoe heb je dat gedaan?
A: Ik heb een hamer gevonden in de garage en daarmee heb ik de auto open gebroken.
0: Je hebt toegegeven dat jij in een(1) auto hebt ingebroken. V: Klopt het dat jullie in meer auto's zijn geweest die niet waren afgesloten?
A: Ja.
0: Er zijn uit auto's oranje gekleurde lifehammers weggenomen. Bij jullie beiden is zo'n lifehammer aangetroffen.
V: Wie heeft die lifehammers uit de auto gehaald?
A: Dat klopt, hebben ze bij mij aangetroffen. Ik weet niet meer uit welke auto ik het heb gehaald. V: Hoeveel fietsen hebben jullie uiteindelijk die nacht weggenomen, zonder dat jullie daar toestemming voor kregen?
A: Wat ik weet, ik heb twee fietsen gevonden die op slot stonden. Die heb ik in een auto gestopt. Ik heb die gewoon verstopt achter die auto's. Die waren afgesloten. Ik dacht ik kom later terug op ze open te maken. 0: Toen jullie werden aangehouden hadden jullie twee fietsen bij jullie. Daar waar deze fietsen weg kwamen, werden twee andere fietsen aangetroffen. Hiervan bleek dat deze ook waren gestolen. V: Waar kwamen de fietsen vandaan die jullie bij jullie hadden toen jullie werden aangehouden?
A: Ik had een fiets die was niet goed, die heb ik geruild met die elektrische fiets.
V: Hoe kwam je aan die fiets die je bij je had bij de aanhouding?
A: Uit een garage? Een garage, ik was aan het lopen en hij was open. Ik heb die fiets gezien en meegenomen. (..) ik heb die gestolen.
V: En die andere jongen?
A: Ik heb zelf die fietsen gestolen. Die persoon kwam toevallig langs en ik heb een aan hem gegeven.