ECLI:NL:RBNNE:2023:5237
Rechtbank Noord-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek wegens niet-tijdige indiening
Verzoekster heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen kantonrechter P. van Eijk, belast met de behandeling van zaken betreffende bewindvoering, mentorschap en curatele over haar persoon. Het verzoek was gebaseerd op het niet inwilligen van haar wens om bepaalde brieven achter gesloten deuren te bespreken zonder aanwezigheid van GGZ-medewerkers en de beoogd bewindvoerder.
De rechtbank beoordeelde het wrakingsverzoek aan de hand van artikel 36 en Pro 37 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en artikel 6 EVRM Pro, waarbij het verzoek tijdig moet worden ingediend zodra de feiten en omstandigheden bekend zijn. Verzoekster was op de hoogte van de grondslag van haar verzoek tijdens de zitting van 29 november 2023, maar diende het wrakingsverzoek pas op 7 december 2023 in, wat de rechtbank als te laat beoordeelde.
Er waren geen bijzondere omstandigheden die het tijdsverloop konden rechtvaardigen. Daarom werd verzoekster niet-ontvankelijk verklaard en werd het wrakingsverzoek niet inhoudelijk behandeld. De procedures worden voortgezet in de stand waarin zij zich bevonden ten tijde van het indienen van het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.