De rechtbank Noord-Nederland behandelde op verzoek van Stichting Zorggroep Drenthe het verzoek tot instelling van bewind over de goederen van een 94-jarige betrokkene. Hoewel betrokkene een levenstestament had laten opmaken in de vorm van een algemene volmacht, bleek uit de feiten dat deze volmacht onvoldoende bescherming bood.
Betrokkene vertoonde tekenen van cognitieve achteruitgang en was kwetsbaar door zijn leeftijd en doofheid. Er waren zorgen over mogelijk misbruik van zijn financiële middelen door derden die zonder verantwoording gebruikmaakten van zijn bankpas en geld ontvingen. De gevolmachtigde uit het levenstestament trad onvoldoende op en liet zich leiden door deze derden.
De kantonrechter oordeelde dat betrokkene door zijn lichamelijke en geestelijke toestand niet in staat is zijn vermogensrechtelijke belangen behoorlijk waar te nemen. Daarom is het noodzakelijk een bewind in te stellen om toezicht en bescherming te waarborgen. De voorkeur van betrokkene voor de gevolmachtigde als bewindvoerder werd niet gevolgd vanwege bezwaren, waaronder het ontbreken van toetsing door het Landelijk Kwaliteitsbureau en het verzet van betrokkene's zoon.
De rechtbank benoemde een professionele bewindvoerder en stelde diens beloning vast. Het bewind gaat in op de dag na verzending van de beschikking. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open binnen drie maanden.