De werknemer [A] trad in 2019 in dienst bij Stichting Elkien als allround onderhoudsmedewerker. Gedurende de dienstbetrekking ontstonden meerdere klachten over zijn gedrag, gevolgd door psychische klachten en ziekteverzuim. Pogingen tot re-integratie en mediation mislukten vanwege een verstoorde arbeidsrelatie, mede veroorzaakt door beschuldigingen van discriminatie door [A] jegens collega's en leidinggevenden.
Elkien verzocht ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens de ernstig verstoorde arbeidsrelatie. [A] voerde verweer en stelde onder meer dat sprake was van een opzegverbod wegens ziekte en dat hij als klokkenluider beschermd moest worden. Tevens verzocht hij subsidiair om toekenning van transitie- en billijke vergoeding en een onafhankelijk onderzoek naar zijn discriminatieklachten.
De kantonrechter oordeelde dat het opzegverbod wegens ziekte niet aan ontbinding in de weg staat, omdat de verstoring van de arbeidsrelatie losstaat van de arbeidsongeschiktheid. Het klokkenluidersverweer faalde wegens het ontbreken van causaal verband. De arbeidsrelatie was zodanig verstoord dat voortzetting niet van Elkien kon worden gevergd en herplaatsing niet in de rede lag.
De arbeidsovereenkomst werd ontbonden per 1 september 2023. De transitievergoeding werd toegekend, maar een billijke vergoeding werd afgewezen omdat geen sprake was van ernstig verwijtbaar handelen door Elkien. Het verzoek tot een onafhankelijk onderzoek werd afgewezen wegens gebrek aan rechtsgrond. Partijen dragen ieder hun eigen proceskosten.