ECLI:NL:RBNNE:2023:5545

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
24 oktober 2023
Publicatiedatum
22 maart 2024
Zaaknummer
18-021720-23
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 47 SrArt. 197a Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling medeplegen mensensmokkel met voorwaardelijke gevangenisstraf

Op 4 januari 2022 heeft verdachte samen met een ander zijn minderjarige neef vanuit Hengelo via Duitsland naar een plaats in Nederland vervoerd om daar asiel aan te vragen. Dit handelen kwalificeert als medeplegen van mensensmokkel, omdat verdachte wist of ernstige redenen had te vermoeden dat de toegang en doorreis wederrechtelijk was.

De rechtbank acht het bewezen dat verdachte behulpzaam is geweest bij het verschaffen van toegang tot Nederland en Duitsland en bij de doorreis door Duitsland. Verdachte heeft dit feit duidelijk en ondubbelzinnig bekend. Het bewijs bestond uit verklaringen, proces-verbalen van aanhouding en bevindingen, en verklaringen van medeverdachte.

De rechtbank heeft rekening gehouden met de ernst van het feit, de persoon van verdachte, zijn blanco strafblad, het positieve reclasseringsrapport en het tijdsverloop van de zaak. Gezien de ernst van mensensmokkel acht de rechtbank een gevangenisstraf van drie maanden per gesmokkelde persoon gerechtvaardigd, maar legt zij een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf op met een proeftijd van twee jaar.

Verdachte wordt vrijgesproken van overige tenlasteleggingen die niet bewezen zijn verklaard. De tijd die verdachte in verzekering heeft doorgebracht wordt in mindering gebracht op de straf. De rechtbank wijst toepassing van artikel 9a Wetboek van Strafrecht af omdat dit onvoldoende recht doet aan de ernst van het feit.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden met een proeftijd van twee jaar wegens medeplegen van mensensmokkel.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht
Locatie Leeuwarden
parketnummer 18.021720.23
Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 24 oktober 2023 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1977 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] .
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 10 oktober 2023.
Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. A.M. Veld, advocaat te Assen. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. S.E. Eijzenga.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 4 januari 2022 te [plaats] , in de gemeente Westerwolde en/of Hengelo, in de gemeente Hengelo, althans in Nederland en/of in Duitsland, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, een ander, te weten (de heer) [slachtoffer] , behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot Nederland en/of Duitsland en/of doorreis door Duitsland, en/of die [slachtoffer] daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door die [slachtoffer] in een personenauto (kenteken [kenteken] ) vanuit Hengelo, althans Nederland, via Duitsland naar [plaats] , althans Nederland, te vervoeren en/of over de grens te brengen, terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden dat die toegang of doorreis wederrechtelijk was.

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor het feit dat hij te bewijzen acht op grond van de zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft zich voor wat betreft de bewijsvraag gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank acht het feit wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring. Nu verdachte dit feit duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend, volstaat de rechtbank met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering.
Deze opgave luidt als volgt:
1. de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 10 oktober 2023;
2. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aanhouding d.d. 4 januari 2022, opgenomen op pagina 29 e.v. van het dossier van de Koninklijke Marechaussee, Landelijk Tactisch Commando, Brigade Oostgrens-Noord, met nummer PL27NN/22-000068, d.d. 4 juni 2022, inhoudend het relaas van verbalisanten;
3. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 januari 2022, opgenomen op pagina 105 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend het relaas van verbalisant;
4. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 7 januari 2022, opgenomen op pagina 109 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend het relaas van verbalisant;
5. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor d.d. 4 januari 2022, opgenomen op pagina 38 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend de verklaring van medeverdachte [medeverdachte] .

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het feit wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:
hij op 4 januari 2022 in Nederland en in Duitsland, tezamen en in vereniging met een ander, een ander, te weten de heer [slachtoffer] , behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot Nederland en Duitsland en doorreis door Duitsland, door die [slachtoffer] in een personenauto (kenteken [kenteken] ) vanuit Hengelo via Duitsland naar [plaats] te vervoeren en over de grens te brengen, terwijl hij, verdachte, en zijn mededader wisten of ernstige redenen hadden te vermoeden dat die toegang of doorreis wederrechtelijk was.
Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:
Medeplegen van mensensmokkel.
Dit feit is strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft primair gepleit voor toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht. Subsidiair dient volstaan te worden met een geheel voorwaardelijke straf.
Oordeel van de rechtbank
Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting, het reclasseringsrapport, het uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging.
De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van mensensmokkel waarbij hij zijn uit Syrië afkomstige minderjarige neef vanuit Hengelo via Duitsland naar [plaats] heeft vervoerd om daar asiel aan te vragen.
Door mensensmokkel wordt het overheidsbeleid inzake bestrijding van illegaal verblijf in en illegale toegang tot Nederland en andere landen van de Europese Unie doorkruist en wordt bijgedragen aan het in stand houden van een illegaal circuit.
Gelet hierop, alsmede op de oriëntatiepunten die de rechterlijke macht hanteert bij de bestraffing van mensensmokkel en het signaal dat daarvan uit het oogpunt van generale preventie dient uit te gaan, acht de rechtbank de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden per gesmokkelde in beginsel gerechtvaardigd.
De rechtbank heeft in het voordeel van verdachte acht geslagen op zijn blanco strafblad en het tijdsverloop van de zaak. Verder wordt in het rapport van Reclassering Nederland van 27 juli 2023 een positief beeld geschetst van verdachte, die een stabiel bestaan in Nederland heeft opgebouwd.
Alles overwegende ziet de rechtbank reden om aan verdachte conform de eis van de officier van justitie een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen voor de duur van drie maanden met een proeftijd van twee jaren.
Toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht zoals door de raadsvrouw primair is bepleit doet naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende recht aan de ernst van het feit.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 47 en 197a van het Wetboek van Strafrecht. Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart het ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.
Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.
Veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden.

Bepaalt dat deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op twee jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Beveelt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.V. Nolta, voorzitter, mr. O.J. Bosker en mr. S.T. Kooistra, rechters, bijgestaan door W. Brandsma, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 24 oktober 2023.
Mr. Nolta en mr. Kooistra zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.