De moeder en vader zijn gescheiden ouders van drie kinderen die sinds de scheiding bij de moeder wonen. De moeder verzoekt de rechtbank om toestemming te geven voor het wijzigen van de achternaam van de kinderen naar haar achternaam, omdat de vader geen toestemming verleent en de kinderen dit zelf ook wensen.
Tijdens de zitting, waarbij ook de Raad voor de Kinderbescherming aanwezig was, is gebleken dat de kinderen al langere tijd de achternaam van hun moeder willen dragen. Zij ervaren dit als belangrijk voor hun gevoel van verbondenheid met hun moeder en haar familie, en vinden het passend bij hun identiteit, zeker ook gezien hun halfzusje dezelfde achternaam draagt.
De rechtbank heeft de kinderen gehoord en concludeert dat zij een weloverwogen en blijvende keuze maken. Hoewel de kinderen geen nauwe band meer hebben met hun vader, kennen zij hem goed en zal de achternaamswijziging hun ontwikkeling niet negatief beïnvloeden.
De rechtbank stelt het belang van de kinderen voorop en verleent de moeder daarom vervangende toestemming om de achternaamswijziging te verzoeken bij het Ministerie van Veiligheid en Justitie. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen drie maanden worden aangevochten door belanghebbenden.