De zaak betreft een kort geding tussen Stichting Acantus en een huurder die zonder toestemming een woningruil heeft uitgevoerd. Acantus had een huurovereenkomst met de huurder voor een woning, maar na een verzoek tot woningruil met de ex-partner van de huurder, werd vastgesteld dat de woning waar de huurder wilde intrekken was ingericht als hennepkwekerij.
De politie trof in de woning diverse aanwijzingen van een hennepkwekerij aan, waarna de burgemeester de woning voor drie maanden sloot. De huurder had de huur van zijn oorspronkelijke woning opgezegd en was zonder toestemming ingetrokken in de nieuwe woning. Acantus vorderde ontruiming van deze woning en betaling van schadevergoeding.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de huurder zonder recht of titel in de woning verbleef en dat Acantus niet verplicht was om in te stemmen met de woningruil of een nieuw huurcontract aan te bieden. De vordering tot ontruiming werd toegewezen, met een termijn tot 20 januari 2024 voor ontruiming. De gevorderde dwangsom werd afgewezen, maar de schadevergoeding werd toegewezen. De huurder werd veroordeeld in de proceskosten.