Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Tenlastelegging
Ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie
1- naar het oordeel van de rechtbank niet worden gezegd dat de procedure in haar geheel niet voldoet aan het door artikel 6 EVRM Pro gewaarborgde recht op een eerlijk proces.
2
Beoordeling van het bewijs
3- vaststaat dat verdachte samen met de medeverdachte op 18 november 2019 de bus met Moldavisch kenteken [kenteken] vanuit Frankrijk (en door België) naar Ter Apel heeft gereden.
4
5
6
7Hun toegang tot en verblijf in Nederland was dan ook wederrechtelijk. Dit was niet anders geweest wanneer de passagiers wel een geldig document voor grensoverschrijding (zoals een Moldavisch paspoort) bij zich hadden gehad, nu het recht op vrij verblijf binnen de EU ziet op een termijn van 90 dagen en daarvan in het geval van de passagiers geen sprake was, gelet op het feit dat zij asiel wilden aanvragen en dus een voornemen van een langer verblijf hadden.
8- van oordeel dat van verdachte, mede gelet op de hierna te bespreken omstandigheden in deze zaak, een aanzienlijke mate van alertheid verwacht mocht worden.
9
10, dat een aantal van de passagiers in bezit was van Franse asielpapieren en dat verdachte en medeverdachte een week eerder dezelfde reisroute hadden afgelegd.
nietherkende en dat hij met hem in een AZC heeft verbleven. Deze verklaring acht de rechtbank tegenstrijdig, maar bovendien niet bruikbaar voor het bewijs, nu de verdediging hem niet heeft kunnen ondervragen ondanks dat zij daartoe hebben verzocht.