ECLI:NL:RBNNE:2023:645
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vaststelling WOZ-waarde woning te Westerwolde
Eiser betwist de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning te Westerwolde voor het jaar 2021, vastgesteld op € 245.000 per 1 januari 2020. De rechtbank beoordeelt of deze waarde niet te hoog is vastgesteld aan de hand van de door eiser aangevoerde beroepsgronden.
De rechtbank overweegt dat eiser beschikt over alle relevante informatie betreffende zijn woning en dat het niet de plicht van verweerder is om deze informatie aan de gemachtigde van eiser te verstrekken. De door eiser gevraagde KOUDV-factoren van de eigen woning behoeven niet te worden verstrekt omdat eiser zelf in staat moet zijn een inschatting te maken en vergelijking te maken met referentiewoningen. Verweerder heeft bovendien de eindwaarde van de woning aannemelijk gemaakt en is niet verplicht de waarde van alle objectonderdelen afzonderlijk inzichtelijk te maken.
Verder zijn de door eiser aangevoerde bezwaren over indexering, afnemend grensnut, ligging, gedateerde voorzieningen en bouwjaar van referentiewoningen onvoldoende onderbouwd of weerlegd. De rechtbank concludeert dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld en verklaart het beroep ongegrond. Tevens wijst zij het verzoek om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn af en kent geen proceskostenvergoeding toe.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van € 245.000 wordt gehandhaafd.