ECLI:NL:RBNNE:2023:649
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering WOZ-waarde winkelpand met woonruimte wegens onvoldoende onderbouwing
De rechtbank Noord-Nederland behandelde het beroep van eiser tegen de WOZ-waarde van een winkelpand met woonruimte, vastgesteld door de gemeente Westerwolde op €170.000 per 1 januari 2020. Verweerder had het bezwaar van eiser ongegrond verklaard, waarna eiser beroep instelde.
De rechtbank oordeelde dat verweerder niet in zijn bewijslast was geslaagd. De door verweerder overgelegde matrix ter onderbouwing van de waarde was onvoldoende, omdat de huurwaarde slechts op één huurcijfer was gebaseerd dat significant afweek van de referentie, en de kapitalisatiefactor niet was onderbouwd. Ook de referentiepanden boden geen voldoende onderbouwing voor het woongedeelte.
Eiser had zijn eigen waarde van €120.000 niet aannemelijk gemaakt. Daarom stelde de rechtbank de waarde schattenderwijs vast op €165.000. De aanslag onroerendezaakbelastingen werd dienovereenkomstig verminderd. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser. Een verzoek om immateriële schadevergoeding wegens termijnoverschrijding werd afgewezen omdat de redelijke termijn nog niet was verstreken.
Uitkomst: De WOZ-waarde van het winkelpand met woonruimte wordt verminderd tot €165.000 en de aanslag onroerendezaakbelasting wordt dienovereenkomstig aangepast.