Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 27 februari 2023 in de zaak tussen
[eiser], uit [plaats], eiser
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dantumadiel
[naam 1] en [naam 2]uit [plaats] ([derde belanghebbende])
Rechtbank Noord-Nederland
Eiser heeft beroep ingesteld tegen een invorderingsbeschikking van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dantumadiel, waarin een dwangsom van €10.000,- is opgelegd wegens het in gebruik nemen van een sleufsilo zonder omgevingsvergunning. De last onder dwangsom was opgelegd nadat eiser was gestart met de bouw van de sleufsilo zonder vergunning en deze in gebruik nam voordat de vergunning werd verleend.
De rechtbank stelt vast dat het bezwaar tegen de last onder dwangsom is ingetrokken, waardoor deze onherroepelijk is geworden. Tevens is niet in geschil dat de sleufsilo in gebruik is genomen vóór de vergunningverlening en dat de dwangsom daardoor is verbeurd. Eiser voerde aan dat invordering onredelijk is vanwege bijzondere omstandigheden, waaronder het bezwaar tegen de last, vergunningvrij bouwen en een noodsituatie.
De rechtbank oordeelt dat bezwaren tegen de last niet meer tegen de invorderingsbeschikking kunnen worden ingebracht, tenzij er sprake is van een evidente onrechtmatigheid, wat hier niet het geval is. De intrekking van het bezwaar is voor risico van eiser. Ook het argument van een noodsituatie wordt niet onderbouwd. Legaliserende vergunningverlening na overtreding sluit invordering niet uit.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond, bevestigt de invordering van de dwangsom en wijst zij het verzoek om griffierecht- en proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat eiser de dwangsom van €10.000,- moet betalen.