ECLI:NL:RBNNE:2023:815
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Toewijzing ontnemingsvordering wegens wederrechtelijk verkregen voordeel bij oplichting
De rechtbank Noord-Nederland heeft op 7 maart 2023 uitspraak gedaan in een zaak waarin de officier van justitie een ontnemingsvordering had ingesteld tegen de veroordeelde wegens wederrechtelijk verkregen voordeel uit strafbare feiten. De officier van justitie vorderde aanvankelijk een bedrag van ruim €23.000, gebaseerd op meerdere bedrijven en feiten, waarvan een deel door de rechtbank was vrijgesproken.
Tijdens de terechtzitting op 9 februari 2023 verscheen de veroordeelde, bijgestaan door zijn advocaat. De verdediging stelde primair dat geen sprake was van wederrechtelijk voordeel en subsidiair dat het bedrag aanzienlijk lager moest worden vastgesteld. De rechtbank oordeelde dat het gevorderde bedrag gebaseerd was op feiten waarvan de veroordeelde was vrijgesproken of waarvoor onvoldoende bewijs was.
De rechtbank stelde vast dat het wederrechtelijk verkregen voordeel alleen kon worden vastgesteld voor de bewezen verklaarde feiten met betrekking tot twee bedrijven. Het netto bedrag exclusief btw werd vastgesteld op €11.600. De rechtbank wees aftrek van kosten af en legde de betalingsverplichting op dit bedrag vast. Tevens werd de maximale duur van gijzeling vastgesteld op 93 dagen.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Noordelijke Fraudekamer, waarbij drie rechters betrokken waren, waarvan twee buiten staat waren mede te ondertekenen.
Uitkomst: De rechtbank legt veroordeelde een betalingsverplichting van €11.600 op ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.